Laatst bijgewerkt op 4 juni 2026
Bij de megalithische monumenten is de gebruikte terminologie niet altijd eenduidig. Om het probleem duidelijk te maken: er is een Nederlandstalige Wikipedia-pagina voor ‘ganggraf’. Als je daar kiest voor de overeenkomstige Wikipedia-pagina in het Engels, kom je op de pagina ‘passage grave’. Logisch. Klik je vandaar door naar het Frans dan wordt het ‘dolmen’. Oké. Als je vandaar weer naar het Nederlands gaat dan komen we op … ‘hunebed’. En vandaar weer naar het Engels … ‘dolmen’. Kortom met Wikipedia raken we het spoor bijster.
Dit is niet zozeer een probleem van Wikipedia. Het probleem doet zich volgens Willem Donker ook voor binnen de archeologie. Zie daarvoor zijn recent (2026) verschenen artikelenreeks over ‘De typologie van Noordwest Europese megalithische grafconstructies’. Hij probeert eenduidigheid te scheppen in de chaos van de benaming.
Overzicht
De naam megaliet komt uit het Grieks en betekent ‘grote steen’, mega lithos. Megalieten zijn dan ook monumenten die uit een of meer grote stenen bestaan, meestal uit de neolithische tijd (ca. 11.000 – 3.000 v.Chr.). Het hoeven overigens niet alleen stenen te zijn zoals bij dek- of grafheuvels of bij de henges, waar stenen soms helemaal ontbreken.
We kunnen we de volgende megalieten uit het neolithicum onderscheiden:
- Grafconstructies of dolmens
- Graf- en dekheuvels
- Cairns
- Menhirs of staande stenen
- Steencirkels
- Henges
- Steenrijen of alignements
Daarnaast onderscheiden we hier nog megalieten uit vooral latere periodes:
Grafconstructies of dolmens
De door Willem Donker voorgestelde indeling gaat alleen over megalithische graven. Zij is gebaseerd op de situatie in Noordwest Europa, die soms afwijkt van die in andere landen. Hier zullen we proberen zijn hoofdindeling in dolmen (hunebed), ganggraf en galerijgraf te volgen. In het artikel op deze website over de typologie van megalithische grafconstructies wordt dit verder uitgewerkt.
Grafheuvels
Veel megalithische grafconstructies werden afgedekt met een heuvel. Ook hier is het opletten met de benaming. In het algemeen is een kunstmatige heuvel over een graf een grafheuvel. Maar gaat het om een heuvel over een megalitisch graf zoals een dolmen of hunebed, dan is het in het Nederlands een ‘dekheuvel’. Een dekheuvel is dus een specifieke vorm van een grafheuvel. Een grafheuvel hoeft dus geen dekheuvel te zijn.
Een grafheuvel heet in het Engels ‘tumulus, barrow, burial mound of howe’, in het Frans ‘tumulus’ en in het Duits ‘Hügelgrab of Grabhügel’. En vervelend, in andere talen is er geen equivalent voor ‘dekheuvel’.
Een bijkomend probleem is dat bij megalithische graven er vaak wel een dekheuvel was, maar dat deze zijn verdwenen, waarschijnlijk door erosie of afgraving.
Grafheuvels in Nederland stammen uit de kopertijd tot en met de Romeinse tijd, vanaf 2.900 v. Chr. tot 500 n. Chr., dus van na de neolithische tijd. Deze grafheuvels bedekken geen hunebedden. Er zijn er in Nederland zo’n 3.000 bekend.
De Tumulus St.-Michel bij Carnac is de met 32 meter hoogste dekheuvel in Bretagne. Bovenop is zelfs een kerkje gebouwd.
Cairns
Een heel specifieke vorm van een grafheuvel is een stenen grafheuvel, een cairn. Cairn is eigenlijk een bredere benaming voor alle door mensen gemaakte stenen heuvels. Het woord cairn is een moderne Schotse term, een vervorming van carne dat al in de zestiende eeuw werd gebruikt om een prehistorische constructie aan te duiden. Carne komt zelf weer uit het Gaelic, van ‘carn’ (hoop stenen).
Is er sprake van een steenheuvel die een megalithische grafconstructie bedekt dan is het dus een dekheuvel (in het Engels ‘chambered cairn’, in het Frans ‘cairn dolmetique’ en in het Duits weer ‘ Cairn of Steinhugel’ . Maar vaak worden dergelijke megalithische grafconstructies toch eenvoudig ‘cairn’ genoemd.
Staande stenen of menhirs
Een menhir is een staande steen uit de late steentijd (neolithicum) d.w.z. van ca 4.200 tot 3.500 v. Chr. Ze zijn door mensen rechtop gezet. De naam menhir komt uit het Bretons en is een samenstelling van ‘maen’, steen, en ‘hir’, wat hoog of lang betekent. In het Engels, Frans en Duits spreekt men ook van menhirs.

Vaak zijn de stenen langgerekt, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Een voorbeeld hiervan is een bijna ronde menhir met fraai puntje, de Menhir de la Vierge in Bretagne.
De hoogte van menhirs varieert van minder dan een meter tot bijna 10 meter (menhirs van Kergadiou, menhir van Kerloas).
Niet alle menhirs staan overigens rechtop, er zijn er heel wat omgevallen. Soms is het zelfs de vraag of ze ooit rechtop hebben gestaan. In Locmariaquer ligt een gevallen menhir, Menhir Brisé de Er Grah, in stukken gebroken, maar met een totale lengte van meer dan 20 meter.
Het onderscheid tussen een menhir uit de neolithische tijd met een steen die rechtop is gezet in latere tijden is niet altijd te zien, laat staan te bewijzen. Soms is er bij de menhirs archeologische materiaal gevonden dat duidt op het neolithicum. Zo zijn er meer criteria waarom er wel of niet van een menhir kan worden gesproken[1].
In latere tijden, d.w.z. na het neolithicum komen we andere vormen van staande stenen tegen zoals de standbeeldmenhirs en de stèles (zie hieronder).
Menhirs staan vaak solitair, een enkele keer in groepjes. Soms is de groepering speciaal zoals bij de steencirkels en de steenrijen. Die vormen een aparte categorie.
Steencirkels
Een steencirkel is een ronde, ovale of eivormige ring van staande stenen uit de late neolithische of vroege bronstijd (van 3.300 tot 2.500 v. Chr.). Soms zijn er nog andere vormen en niet altijd is de cirkel compleet.
In het Engels noemt men het ‘stone circle’, in het Frans ‘enceinte mégalithique of ‘cercle de pierres levées’ en in het Duits ‘Steinkreis of ‘Steinring’. Vaak wordt ook de Welshe benaming ‘cromlech’ gebruikt.
De meeste steencirkels zijn te vinden in Nood-West Europa, vooral in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Een inventarisatie van Aubrey Burl in 1976 kwam tot in totaal 1.300 steencirkels, waarvan de meeste in Schotland (508) gevolgd door Ierland (343), Engeland (361), Wales (81), Bretagne (49) en 6 op de Kanaaleilanden.
Steencirkels moeten niet verward worden met steenkransen rond megalithische graven. In dat geval zijn de stenen onderdeel van die graven en vaak ook niet zo hoog. Een echte steencirkel vormt een min of meer onafhankelijk geheel.
Ongetwijfeld de bekendste steencirkel wereldwijd is die van Stonehenge. Deze heeft ook een zogenaamde ‘henge’ (zie hieronder).
De meer dan 7.000 jaar oude steencirkel van Almendres bij Evora in Portugal is mogelijk de oudst bekende steencirkel.
In Bretagne komen weinig steencirkels voor. De grootste is de Cromlech de Kergonan op het Île-aux-Moines. De diameter is op zijn grootst 100 meter.
Henges
De benaming henge is in 1932 door Sir Thomas D. Kendrick gemunt. Het woord is afgeleid van ‘Stonehenge’. Kendrick duidde daarmee aan een neolithische ronde of ovale wal met greppel. Meestal is de greppel aan de binnenkant gelegen, maar juist bij Stonehenge is dat juist andersom.
De diameter van een henge varieert van 5 tot wel meer dan 300 meter. De grootste henge ter wereld is Marden Henge of Hatfield Earthworks in Wiltshire met in noord-zuid richting een lengte van 520m en van oost naar west 370m.
De meeste henges zijn sowieso te vinden in Groot-Brittannië. Henges hebben vaak één, twee of (zelden) vier ingangen. Daar doorheen loopt een weg of wegen, in het Engels ‘causeway’ genoemd.
Een henge is duidelijk niet bedoeld als verdedigingswerk. Daarvoor is de wal te laag en de greppel te ondiep. Ook zijn er zelden of nooit sporen van bewoning te vinden binnen een henge. Vaak zijn er wel megalieten zoals steencirkels.
Steenrijen of alignements
We spreken van een steenrij als minimaal drie staande stenen (menhirs) op één lijn liggen én te zien zijn vanaf elke steen. In het Engels heet het een ‘stone row’ of stone alignment’; in het Frans ‘alignement mégalithique of alleen ‘alignement’, in het Duits is het ‘Steinreihe’.
De afstand tussen de stenen varieert van 20 cm tot 10 of meer meters. Soms is er sprake van een enkele rij, soms zijn er meerdere rijen min of meer parallel aan elkaar. Een enkele keer zijn er in het verlengde van een alignement andere megalieten te vinden zoals een steencirkel of een dolmen.
Het bekendste voorbeeld van steenrijen zijn de alignements in Carnac. Daar zijn wel vier groepen van grote alignements te vinden. De langste daar, die van Kerzerho is langer dan een kilometer.
Steenrijen komen het meest voor in Bretagne. Verder zijn ze ook te vinden in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en in Scandinavië. Daarnaast zijn er ook nog wel een paar op Corsica, Sardinië en West-Zwitserland (Steinreihe op Wikipedia). De langste is de Upper Erme stone row in het Dartmoor National Park, Devon, met een lengte van maar liefst bijna 3,4 km.
Latere steenmonumenten
Standbeeldmenhirs of menhirbeelden
Een standbeeldmenhir is een staande steen met een meer of minder duidelijke menselijke (antropomorfe) vorm. Ze heeft tenminste een aanduiding van een hoofd, ogenpaar of gezicht. In het Engels is het ‘statue menhir’, in het Frans ‘statue-menhir’ en in het Duits ‘Statuenmenhir’.
De meeste geleerden dateren deze stenen op 3.500 tot 2.000 voor Chr., dus tot in de vroege bronstijd. Standbeeldmenhirs komen in een groot deel van Europa voor, maar wel in geïsoleerde gebieden, waardoor het onduidelijk is of er een culturele verwantschap is tussen die beelden.
Stèles
Een stèle is een staande steen, meestal uit één stuk gehouwen, met daarop soms een in reliëf gebeeldhouwde voorstelling of tekst. Soms zijn stèles van hout.
De oudst bekende stèle is de Gierenstele. Deze stamt uit de 25e eeuw voor Christus. De tekst op stèle beschrijft het conflict tussen de stadstaten Umma en Lagash in de Sumerische tijd en het uiteindelijke verdrag over de gemeenschappelijke grens. De stele wordt ook wel “stele van de gieren” genoemd vanwege de afbeelding van gieren bovenin. Het wordt wel beschouwd als het allereerste historische monument.
Steles worden later onder andere door de oude Egyptenaren, de Perzen, de Grieken en de Romeinen gebruikt om graven en speciale plaatsen te markeren of als monument om de herinnering aan belangrijke gebeurtenissen vast te leggen. Ook in Midden-Amerika, China, Vietnam en Ethiopië zijn stèles gemaakt.
In Bretagne en dan met name de Finistère zijn veel stèles uit de ijzertijd te vinden. In 2014 leverde een inventarisatie er 260 op. De ijzertijd, de laatste periode van de prehistorie, begon in West- en Midden-Europa ca. 800 v. Chr. en duurde tot de Romeinse tijd. In Nederland begon de Romeinse tijd in 12 v. Chr.
[1] Michel Toussaint, Stéphane Pirson, Christian Frébutte et François Valotteau, ‘Critères d’identification des menhirs dans la Préhistoire belgo-luxembourgeoise’, Bulletin de la Société préhistorique française, vol. 102, no 3, 2005, p. 597-611. Online geraadpleegd op 15 mei 2026.















