Anna, moeder van Maria

Laatst bijgewerkt op 29 mei 2026

Nergens is er zoveel aandacht voor Anna, Hannah of Sint Anna, de moeder van Maria en dus grootmoeder van Jezus als in Bretagne. Anna is dan ook de vrouwelijke patroonheilige van Bretagne sinds 1914 en heeft als bijnaam “Mamm gozh ar Vretoned” (de “grootmoeder van de Bretons”).
De mannelijke patroonheilige is Saint-Yves (voluit Yves Hélory de Kermartin of Yves de Tréguier, Sant Erwan in het Bretons,Ivo in het Nederlands).

Twee plaatsen springen er wat betreft Anna uit, want dat zijn bedevaartsplaatsen ter ere van haar. De belangrijkste is Saint-Anne d’Auray, want op deze plaats vond in de 17e eeuw de enige door de Kerk erkende verschijning van Anna plaats. De tweede is Sainte-Anne-la-Palud.

Anna met Maria in de chapelle de Saint-Trémeur de Guerlesquin

Anna met Maria in de chapelle de Saint-Trémeur de Guerlesquin

Op heel veel plaatsen komen we Anna tegen in de vorm van een enkelvoudig beeld, maar vaker nog samen met Maria lezend in een boek of papierrol. Anna wordt altijd afgebeeld als een oudere vrouw met hoofddoek.

Soms komen we ook Anna met Maria en Jezus (de zogenaamde Anna te Drieën of Sainte-Anne trinitaire) tegen, zoals in de Chapelle de Sainte-Anne ten zuiden van Lampaul-Guimiliau. In Bretagne is dit thema wat minder populair dan in de Nederlanden, Noord Frankrijk en het Rijnland.

Het verhaal van Anna

Proto-evangelie van Jakobus
Anna komt als moeder van Maria in de Bijbel niet voor. De oudst bekende vermelding van Anna is in het Proto-evangelie van Jakobus (het voor-of oer-evangelie van Jacobus), een apocrief van het Nieuwe Testament uit de 2e eeuw. Dit apocrief is de eerste bron, waar latere geschriften op verder borduurden. De bekendste zijn het ‘Arabische evangelie van Jezus’ jeugd’ (5e eeuw) en het ‘Pseudo-evangelie van Mattheüs’ (6e eeuw of nog later). De vermelding in de Koran gaat waarschijnlijk terug op het ‘Arabische evangelie van Jezus’ jeugd’, want Mohammed kende deze verhalen.

De geboorte van Maria – detail altaarstuk in de kerk van Lampaul-Guimiliau.

Het begin van het Proto-evangelie van Jakobus, de geboorte van Maria, toont verwantschap met die van Johannes de Doper. Anna en Joachim, een zeer rijke man, zijn al op gevorderde leeftijd en zijn bedroefd en klagen dat zij geen kinderen hebben. Maar engelen kondigen dan de geboorte van een kind aan, Maria.

Anna staat hiermee in een traditie van oudere vrouwen die alsnog een kind krijgen. Het is dan ook niet vreemd dat Anna in de Middeleeuwen als belangrijkste heilige aangeroepen wordt bij onvruchtbaarheid.

Lampaul-Guimilliau - detail altaarstuk - Geboorte van Maria

Als driejarige wordt Maria, net zoals de profeet Samuel, naar de tempel gebracht en zonder om te kijken gaat zij de treden van het tempelaltaar op, waar zij de rest van haar jeugd doorbrengt en gevoed wordt door engelen.
Anna komt dan verder niet meer voor in dit Proto-evangelie van Jakobus. Dit gaat verder vooral over Maria. Het is ook het oudst bekende werk waarin wordt aangenomen dat Maria voor altijd maagd is gebleven, dus niet alleen tot de conceptie en geboorte van Jezus, maar ook daarna.
Hoewel uitgesloten van de canon van de Bijbal, was het Proto-evangelie van Jacobus zeer populair in de vroege Kerk, aangezien er meer dan 130 oude kopieën zijn ontdekt. Het werk werd al in 405 veroordeeld door Paus Innocentius I en rond 500 verworpen met het Decretum Gelasianum. Toch werkte de invloed door. In de oosterse kerken genoot Sint-Anna (“Hannah”) al in de zesde eeuw verering als heilige. In de Rooms-katholieke kerk was dit pas vanaf de twaalfde eeuw.

Bretonse legende
Hoe anders is de Bretonse versie van het leven van Anna en de geboorte van Maria. Anna was getrouwd met een slechte en jaloerse heer die een hekel had aan kinderen en er geen wilde. Toen hij op een nacht begreep dat Anna zwanger was, mishandelde hij haar en joeg haar weg. De arme vrouw verliet het kasteel van Moëllien en zette koers naar de zee, waar ze een licht zag. Het was een boot bestuurd door een engel. Ze ging aan boord, zeilde een lange, lange tijd en landde uiteindelijk in Judea, waar ze Maria ter wereld bracht.

Alfred Guillou - Arrivée du pardon de sainte Anne de Fouesnant à Concarneau (1887)

Alfred Guillou – Arrivée du pardon de sainte Anne de Fouesnant à Concarneau (1887) – Museum van Quimper

Op dezelfde manier keerde ze weer terug naar Armorica en werd daar met vreugde ontvangen. Zij had namelijk het vermogen de elementen te beheersen en zieken te genezen. Jaren en jaren na haar terugkeer werd ze bezocht door haar kleinzoon, Jezus. Die haar kwam vragen om haar zegen voordat hij het evangelie begon te prediken. Jezus liet op verzoek van zijn grootmoeder een bron ontspringen, vlakbij de kerk die een bedevaartsoord moest worden voor de ziek, zwak en misselijken. Toen Anna stierf, zochten mensen overal naar haar stoffelijk overschot, maar tevergeefs. Pas vele jaren later werd het lichaam gevonden, drijvend in de golven en bedekt met coquilles (Sint-Jacobsschelpen). (Volgens de vertelling van Gustave Geffroy, 1903)

Historisch?
Historische bevestiging van beide verhalen over Anna is er niet. Er is ook wel wat op af te dingen. Zo is het de vraag of er überhaupt tempelmaagden in de tempel van Jeruzalem waren. Er wordt nergens melding van gemaakt, al zijn er wel passages te vinden die vertellen dat maagden de tempelvoorhangsels maakten en repareerden.
Kern van de verhalen is dat de conceptie en geboorte van Maria met mysteries is omgeven. En dat het christendom in Bretagne zich geestverwant voelt met de vrouwelijke lijn.

Verering van Anna

Sainte Anne, la Vierge et le petit Jésus. Bas-côté nord de l’église Saint-Philibert, Trégunc, Finistère door Yann Gwilhoù

De verering van Sint-Anna bereikt zijn hoogtepunt in de vijftiende en zestiende eeuw (naamdag is 26 juli). In die tijd ontstaat een specifieke manier van afbeelden van Anna met Maria en Jezus, de Anna te Drieën. Daarbij wordt Anna aanvankelijk meestal uitgebeeld als oudere vrouw, die op haar arm een jongere vrouw (Maria) draagt, die op haar beurt een klein kind (Jezus) vasthoudt. Later staat Anna achter een zittende Madonna met kind. Rond 1600 worden Maria en Anna dikwijls afgebeeld op een bank, terwijl Jezus als klein kind tussen hen in staat. Anna heeft dan soms een boek of vrucht in haar hand. Veel van deze beelden zijn bewaard gebleven en te vinden in musea, kerken en kapellen.

sainte Anne, la Vierge et le petit Jésus. Bas-côté nord de l'église Saint-Philibert, Trégunc, Finistère

De drie Maria’s

In de dertiende eeuw komt het verhaal op van de drie huwelijken van Anna. Zij zou twee keer weduwe zijn geworden. Ze hertrouwde telkens, eerst met Alfeüs, daarna met Zebedeüs. Uit elk huwelijk werd een dochter geboren, na Maria, de moeder van Jezus, ook Maria Kleopas en Maria Salomé., ofwel de drie Maria’s.
We komen deze drie Maria’s tegen bij de verschillende beeldengroepen die de graflegging voorstellen. Op de betreffende pagina is er meer informatie over.
Het is wel de vraag of dit dé drie Maria’s zijn. Er waren in ieder geval bij de kruisiging van Jezus volgens de evangelisten ook drie Maria’s: Maria moeder van Jezus, Maria Magdalena en Maria Kleopas.

Trinubium

Het trinubium (drievoudige huwelijk) van Anna is de basis van de familierelaties tussen de voornaamste personen uit de omgeving van Jezus. De uitgebreide familie van Anna wordt ook wel de Heilige Maagschap (Sainte Parenté) genoemd en is in de middeleeuwen een geliefd thema in de beeldende kunst.
De eerste sporen van dit verhaal van het trinubium van Anna zijn te vinden in de Historia sacrae Epitome van Haymo van Auxerre in de negende eeuw. Omstreeks 1100 verspreid de legende zich vanuit het Anglo-Normandische streken. Maar niet iedereen is het eens met deze opvatting. Onder anderen Fulbert van Chartres (elfde eeuw) en Thomas van Aquino (dertiende eeuw) verwerpen dit verhaal.

Heilige Maagschap - Sainte-Fiacre in le Faouët (GO69)

Heilige Maagschap – Sainte-Fiacre in le Faouët (GO69)

Eind 15e eeuw stijgt de populariteit van Anna tot grote hoogte[1]. Dat is mede dankzij het verschijnen van steeds meer verhalen over Anna, die een wijde verspreiding krijgen. Steeds meer kerken en kapellen worden aan haar gewijd. Maar op het Concilie van Trente (1545-1563) wordt de heiligenverering kritisch doorgelicht. In de richtlijnen voor het maken van afbeeldingen en beschrijvingen wordt afstand genomen van van de uitbeelding van de Heilige Maagschap. Deze is niet bijbels. Anna wordt wat minder prominent en vooral afgebeeld als opvoedster van Maria. Er komen nu steeds meer beelden van Anna met Maria en een boek. Ook wordt de heilige Familie, Maria, Jozef en Jezus) steeds belangrijker. Het Heilige Maagschap maakt plaats voor de Heilige Familie.

Na een korte opleving van de Anna-verering in de negentiende eeuw ebt deze in de 20e eeuw weer weg. Maar helemaal verdwenen is deze niet, zeker niet in Bretagne.


[1] Brandenbarg et al. Heilige Anna, grote moeder. De cultus van de Heilige Moeder Anna en haar familie(1992), 166 pp..