Laatst bijgewerkt op 12 april 2026
Het portiek van de église Saint-Miliau is rijkelijk versierd en verdient extra aandacht. Volgens Jean-Yves Cordier kun je hier wel een middag doorbrengen en dan heb je met sluitingstijd nog niet alles kunnen ontdekken. Wij zullen ons hier beperken tot een aantal bijzonderheden. De apostelen worden al op de hoofdpagina besproken.
Oorspronkelijk waren waarschijnlijk alle beelden hier in kleur (net zoals bij de calvaires). Er zijn op een paar plaatsen nog restanten van de kleuren te vinden, die daar op wijzen. Heel goed is dat te zien bij het wijwaterbekken en de Salvator Mundi. Het oker overheerst, maar er zijn ook sporen van blauw en rood te zien.
Beeldhouwers
Het portiek is voornamelijk het werk van de Maître de Plougastel (1570-1621). Weinig is er bekend over zijn leven. Zijn meest bekende werk is de monumentale calvaire in Plougastel-Daoulas, maar er is veel meer, verspreid over de Finistère.
In Guimiliau begon hij in 1609 en heeft hij naast de decoratie op de bogen van het portaal vooral gewerkt aan het portiek. Emmanuelle Le Seac’h[1] schrijft de zuilen, de twee bustes op het fronton, het wijwaterbekken en de apostelen Petrus en Johannes de Evangelist toe aan de Meester. Andere elementen zijn volgens haar van de Valet de Maître de Plougastel, die het werk van de Meester voortzette. De valet is de rechterhand van de werkplaatsmeester, de tweede man in de werkplaats. De valet maakte de reliëfs op de fries en de twee kapitelen van de rechteringang. Enkele jaren later (1619) begon de valet aan het ossuarium van La Martyre, inclusief de elementen vergelijkbaar met die van Guimiliau.

Guimiliau – fronton van het portaal – foto door Hyppolyte de Saint-Rambert
Uiteindelijk (rond 1617) voltooide een andere leerling van de Meester van Plougastel, Roland Doré (1618-1663), het project en beeldhouwde hij voor het portiek zes apostelen en Salvator Mundi, en voor de buitenkant drie van de vier beelden in de nissen en een mooie vrouwenbuste op het fronton.
Zuilen en sokkels
De apostelen worden gescheiden door 7 ionische zuilen. De zuilen staan op sokkels die aan drie kanten zijn versierd met beeldhouwwerk. Aan de linkerkant in het midden valt meteen een afbeelding op van twee mannen met een touw. Alleen het zijn er geen twee, maar vier. Kijk maar om de hoeken.
Het zou hier kunnen gaan om een oud Bretons spel, ‘an tortis’ of ‘chech fun’ ofwel touwtrekken. Het behoort tot de traditionele spellen van Bretagne zoals worstelen, paal heffen, stok trekken, kegelen etc.
Guimiliau – portiek – touwtrekkers – foto door Hyppolyte de Saint-Rambert
De touwtrekkers op de sokkel dragen platte baretten, schuin op hun hoofd. Maar afgezien van deze hoofddeksels zijn ze volledig naakt al zijn de geslachtsdelen enigszins bedekt. Hun houdingen zijn opmerkelijk namelijk met de voetzolen tegen elkaar. Bij de worstelaars aan de zijkanten loopt het touw achter hun rug langs en staan hun voeten op het hoofd en de elleboog van de partners, plat op de grond liggend.

Tegenwoordig ziet het touwtrekken er wat anders uit, al wordt in Bretagne soms nog het touwtrekken op blote voeten gedaan.
Ook de andere sokkels zijn versierd, soms met geometrische figuren, soms met hoofden. In ieder geval zijn ze allemaal de moeite waard om goed te bekijken. Let bijvoorbeeld op een wel zeer spitse neus.
Consoles
De apostelen staan op een uitstekende rand die ondersteund wordt door consoles (modillions), aan elke kant 17. Elk van deze console is versierd. Om ze goed te kunnen zien is een spiegel handig. Of maak foto’s met je smartphone. De versieringen zijn klein, zo’n 10 cm. Het zijn hoofden, planten of een combinatie van beide.

De fries
Onder de richel met consoles is een fries zichtbaar. De fries wordt ‘ondersteund’ door zuilen in reliëf. De zuilen dragen elk een kop, meestal van een grotesk dier, de meeste leeuwachtige. Er zijn een paar uitzonderingen, waarover hieronder meer.
Tussen de koppen zijn tableaus te bewonderen. De meeste zijn abstract met geometrische vormen. Een paar zijn figuratief: een duiveluitdrijving, de geboorte van Eva uit Adam en een vrouwenhoofd.
Duiveluitdrijving door St Yves
Saint-Yves (St. Ivo) van Kermartin wordt in Guimiliau in ere gehouden, want we vinden een afbeelding van hem maar liefst drie keer terug. Allereerst is er een beeld van de heilige op de calvaire, samen met Johannes. De tweede keer staat hij in een groep russen een arme en een rijke op het altaarstuk van Sint-Jozef (17e eeuw). De derde keer is minder opvallend. Dat is namelijk hier op de eerste tableau van de fries aan de linkerkant in het portiek. Dat het hier om Saint-Yves gaat is te zien aan zijn hermelijnen cape.

Er zijn verschillende interpretaties van dit reliëf. Persoonlijk ga ik mee in die van Jean-Yves Cordier. Voor hem is duidelijk dat het hier om een duiveluitdrijving gaat: “Het lijkt mij echter duidelijk dat Saint-Yves […] zich naar de figuur aan zijn linkerzijde wendt, naar wie hij een hand uitstrekt. De rechterhand is gebroken, maar we kunnen aannemen dat het een zegenend gebaar was. Het lijkt mij ook duidelijk dat de tweede figuur een vrouw is, gekleed in een lange tuniek, die half op de grond is gevallen. Zij trekt aan haar haar, terwijl ze met open mond een “o”-klank uitroept. Het is eveneens onbetwistbaar dat het “gehoornde hoofd met lange oren” dat van een demon is, die uit de schedel van de ongelukkige vrouw ontsnapt”[2].
Over de andere figuren in het tableau zegt Jean-Yves Cordier het volgende: “De vierde figuur is een “kreupele man”, wiens linkerbeen onder de knie is geamputeerd, die met twee krukken loopt. Hij heeft een baard en is gekleed als een boer, in een hemd, een tuniek met korte mouwen (geplooid in de taille boven een riem), een kniebroek en beenkappen. De details van zijn hoofddeksel komen mogelijk overeen met een baret.
De laatste figuur, met een baard en lang, rechtopstaand haar dat zijn gezicht omlijst, is zeker niet “de Eeuwige Vader” zoals Abgrall hem zag. Hij is mager, heeft ontbloot bovenlijf en draagt slechts een lendendoek. Hij knielt en heft beide handen op, waarbij hij de handpalmen naar ons toont. Ik zou hem eerder zien als een “verrukte” man, een arme ziel vol verwondering over het wonder dat hij aanschouwt. We kunnen een Christus die de wonden op zijn handen laat zien niet uitsluiten, maar dit strookt niet met de rest van het paneel”.
Geboorte van Eva
Dit paneel beeldt een Bijbelse scène uit, namelijk zoals beschreven in het tweede boek Genesis. De Heer is links afgebeeld, met een baard zoals het hoort. Hij is gekleed in een geplooide tuniek en met de eerste tekenen van een tulband. Hij helpt Eva tevoorschijn te komen uit Adams linkerzijde. Adam slaapt de slaap van de rechtvaardigen terwijl hij zijn geslachtsdelen bedekt.
De andere helft van de afbeelding toont acht dieren: twee vissen en een kreeft met daaronder een eenhoorn (?), een leeuw, een olifant, een hert en, heel dicht bij Eva alsof hij haar ontwaking aankondigt, de haan.
De schepping van de dieren (en hun naamgeving door Adam) gaat in Genesis direct vooraf aan die van Eva.

Vrouwengezicht
Het gezicht van de vrouw met glimlach bevindt zich niet in het midden van het kapiteel. Het is geplaatst naast een haan waarvan de staart langs haar hoofd strijkt. De vrouw doet vanwege haar glimlach denken aan de vrouwenbuste op het fronton. Maar wat of wie zij precies voorstelt is onduidelijk.


De doop van Jezus door Johannes?
Heel onopvallend is naast op het tableau onder Petrus, naast twee in elkaar gevochten strengen een afbeelding te zien die mogelijk de doop van Jezus door Johannes voorstelt. Maar helemaal duidelijk is dat niet.
Wijwaterbekken


De Meester van Plougastel beeldhouwde in ieder geval ook het rijkversierde wijwaterbekken in het portiek. Hiervoor had hij al het wijwaterbekken in La Martyre gemaakt met daarop ook een engel met wijwaterkwasten.
De overkapping van de engel is een hoge, gelaagde constructie met vele lagen. En op die lagen een veelheid van figuratieve en abstracte beelden. We zien rozetten, dieren, plantvormen, hoofden, denappels, vrouwelijke en mannelijke hoofden, hermen, krullen, cilinders, parels en hartvormige motieven.
Bezoek voor een uitgebreide beschrijving de website van Jean-Yves Cordier.
Salvator Mundi
In het portiek boven de twee binnen deuren zien we een Salvator Mundi: Christus Redder van de wereld. De Christus als Redder van de Wereld is afgebeeld in volle glorie met een rode mantel ten teken van de overwinning op de dood. Hij heeft geen aureool en schenkt met zijn rechterhand zijn zegen aan de wereld, die wordt voorgesteld door een bol in zijn linkerhand.

Christus als salvator Mundi met hermen (foto door Thesupermat)
Christus staat tussen twee hermen. Een ‘herme’ is een naar onderen toe smaller wordende vierkante of rechthoekige pijler bekroond met een buste of hoofd. Gelijksoortige hermen kwamen we ook al tegen in het portiek en op het ossuarium in Saint Thégonnec. De hermen hier (in het Frans zijn het ‘termes’) worden ook wel een kariatide (vrouw) en atlant (man) genoemd, omdat ze een ionisch kapiteel dragen.
Mannelijke en vrouwelijke hermen vinden we in Bretagne ook bij de ingang van kasteel Kerjean, op het fronton van het zuidelijke portiek in Lanhouarneau, Landerneau, Bodilis, het ossuarium in Sizun (1585) en in houtsnijwerk op de koorhekken van La Roche-Maurice en de Sint-Nicolaaskapel in Priziac (Jean-Yves Cordier).
Hier is opvallend dat de hermen alleen een lendedoek dragen net als in Lanhouarneau. Ze hebben hun handen achter de rug. De vrouw draagt om haar nek een medaillon die ook terug zien is in La Martyre en in Saint-Thégonnec. De man heeft lang haar en een getrimde baard.
Onderaan op het fronton is nog een echtpaar afgebeeld in eigentijdse Bretonse kleding. De vrouw draagt een zwarte jurk over een blauw lijfje. De man draagt een blauw jasje en een rood vest met knopen.
Overige afbeeldingen
Er zijn nog een paar opmerkelijke afbeeldingen te bewonderen in het portiek, waarvan het overigens de vraag is wat ze precies voorstellen. Het gaat om twee voorstellingen op de buitenste pilaren van de binnenportalen direct onder de kapitelen. Het zijn respectievelijk twee vrouwen met een leeuw en twee worstelaars.


Twee vrouwen met een leeuw
Wat dit precies voorstelt is onduidelijk. De vrouwen zijn (bijna volledig?) naakt en zijn innig verstrengeld, ook met de leeuw. Ook Jean-Yves Cordier kan er geen verklaring voor geven of kent geen verklaring.
Worstelaars
Dat we hier met worstelaars te maken is wel duidelijk. Worstelen is een traditionele sport in Bretagne. Al vanaf de 4e eeuw wordt het beoefend en heeft waarschijnlijk Keltische wortels. Gouren, zoals het in het Bretons heet, is nog steeds een populaire sport.
Op de afbeelding in Guimiliau hebben de worstelaars borstriemen om. Dat is tegenwoordig niet meer het geval, maar het is wel bekend uit de middeleeuwen en later in Engeland en speciaal Cornwall, het collar-wrestling.
Bovendien houden de worstelaars een hand achter de rug. Dat is volgens G. Jaouen[3] bekend uit het Franse worstelen zoals dat is afgebeeld op een gravure uit een handboek van Hans Talhoffer uit 1443 (Guy Jaouen, p. 24)) of op een 17e-eeuwse tekening van Thomas Rowlandson, A Cornish Wrestling Match (Guy Jaouen, p 60).
Alleen zijn het geen normale mannen die hier worstelen. Ze hebben gespleten hoeven en de linkse heeft twee kleine hoorntjes. Of ze hebben een broek aan van schapenvacht of ze zijn sterk behaard. Het lijken dus faunen of saters te zijn. Is dit misschien een kerkelijke waarschuwing voor een verderfelijke sport?
Overigens komen afbeeldingen van worstelaars (zonder gespleten hoeven) vaker voor bij kerken. Zoals bijvoorbeeld in de kathedralen van Hereford, Bristol, Chester, Exeter, Lausanne en Vienne (Guy Jaouen, p. 45-46).
[1] Le Seac’h, Emmanuelle. Sculpteurs sur pierre en Basse Bretagne: les ateliers du XVe au XVIIe siècle, Presses universitaires de Rennes, Rennes (2014), 424 pp (citatie via Jean-Yves Cordier)
[2] Jean-Yves Cordier. Le porche de Guimiliau. Saint Yves exorciste et thaumaturge. https://www.lavieb-aile.com/2021/01/le-porche-de-guimiliau.saint-yves-exorciste-et-thaumaturge.html, geraadpleegd op 8 maart 2026
[3] Jaouen, Guy, Les luttes celtiques de Bretagne et du Cornwall. Confédération FALSAB , Lesneven (2006), 222 pp. https://celticwrestling.wordpress.com/wp-content/uploads/2011/07/cornish-wrestling.pdf (geraadpleegd op 6 maart 2026).