Laatst bijgewerkt op 18 september 2026
De enclos paroissial van Pleyben is een van de mooiere en grotere van de Finistère. Er is een kerk (église de Saint-Germain), een reusachtige calvaire, een ossuarium en een triomfpoort.
De kerk van Saint-Germain is gebouwd op de plek van een oudere kerk. In 1530 is men gestart met de bouw van de huidige kerk. In 1583 werd deze bouw pas voltooid.

Église et calvaire de Pleyben door luna04
Dominant aanwezig zijn de twee klokkentorens. De rechter, de grootste en hoogste, is een toren in renaissancestijl. Deze toren wordt ook wel de Saint-Germain toren genoemd en is 47,5 m hoog. De linker is in de stijl van Cornouaille ofwel flamboyant-gotisch. Deze toren wordt de toren van Sainte-Katherine genoemd en is 32m hoog.
In het zuidelijke portaal onderin de grote klokkentoren vinden we de jaartallen 1588 (op de acanthusbladvormige sluitsteen van de deur) en 1591 (op het fries aan de binnenkant aan de oostzijde). De bouw werd onderbroken door de hugenotenoorlog, die toen ook Bretagne bereikte. Die oorlog eindigde met het edict van Nantes in 1598 voor heel Frankrijk. Maar pas in 1633 werd de bouw van de toren hervat en uiteindelijk voltooid in 1642.
In 1699 stortte de lantaarn door blikseminslag in. Pas in 1714 werd deze herbouwd. Het noordelijke zijschip werd herbouwd in 1811 en van 1857 tot 1860 vond een algemene restauratie plaats.
De sacristie
Sacristie van de kerk Saint-Germain in Pleyben door Zairon
De sacristie bevindt zich in de apsis van de kerk en dateert uit 1719. Zij is gebouwd volgens hetzelfde grondplan als de kapel die voor Hendrik II in Villers-Cotterêts werd gebouwd. Er is een centrale toren met een koepel en een lantaarn, omringd door vier torentjes met koepels en steunberen met pinakels.

Het ossuarium
Het ossuarium, dat dateert uit de 1560 en is gebouwd in flamboyant-gotische stijl. Het is een van de oudste in Bretagne. De botten van de overledenen werden hier opgestapeld om ruimte te maken op het kerkhof. De kapel, bijgenaamd de ‘kapel van de doden’, was gewijd aan Sint-Judas en Sint-Simon.
Het ossuarium werd in 1733 gerestaureerd (de datum staat op het gebouw vermeld) en diende vanaf 1736 als kapel voor de doden, daarna een tijdlang als school en zelfs als postkantoor in 1850.
Tegenwoordig is het een museum en herbergt het onder andere een beeld van de borstgevende Maagd Maria uit het derde kwart van de 16e eeuw, dat in 1988 werd ontdekt tijdens werkzaamheden in de buurt van de kerk. Het stelt een gekroonde Maagd voor, met blote borsten, die het Kind Jezus draagt. Het is niet uitgesloten dat het indertijd begraven omdat men het aanstootgevend vond.

De triomfpoort
De triomfboog of “triomfpoort” (porz ar maro) is een monumentale poort uit 1725 en wordt ook wel “poort des doods” genoemd. Samen met de muur van de omheining van de begraafplaats scheidde deze poort de wereld van de doden van de wereld van de levenden.
De monumentale boog is halfrond met aan beide zijden een nis. Aan de oostzijde vinden we een Pietà omgeven door twee vleugelloze engelen en aan de westzijde een Heilige Drie-eenheid waaruit de Heilige Geest is verdwenen. De boog wordt bekroond door een kruis. Daarop is aan de oostelijke zijde Christus aan het kruis afgebeeld en op de westelijke zijde een Maria van Barmhartigheid.
Calvaire
De monumentale calvaire die voor de kerk staat, is de grootste van heel Bretagne. De bouw vond in drie fasen plaats. De eerste fase begon samen met de bouw van de kerk, in 1555. In 1650 kreeg de architect Julien Ozanne uit Brest opdracht voor nog drie taferelen (Intocht in Jeruzalem, Laatste Avondmaal, Voetwassing). In 1738 werd de calvaire ongeveer dertig meter naar het zuiden verplaatst om de toegang tot de kerk te vergemakkelijken. Vroeger zat de calvaire namelijk vast aan het portiek. Bij deze gelegenheid werd waarschijnlijk de basis van de calvaire aangepast.
Aan de vier zijden zijn op twee niveaus hoge reliëfs te zien: een fries en 28 gebeeldhouwde groepen boven de calvaire, evenveel als op de calvaire van Plougastel-Daoulas. Het geheel vertelt het verhaal van het lijden van Christus.
De sculpturen zijn voor het merendeel gemaakt van kersanton, maar sommige zijn gehouwen uit zandsteen. Vanwege de kwetsbaarheid van deze steen is het moeilijk ze te conserveren. Het geheel is meerdere malen gerestaureerd, met name in 1953 en later in de jaren 1980 en 1990.


Uit onderzoek bleek dat de calvaire oorspronkelijk gekleurd was. Men heeft resten van deze kleuren gevonden in bijvoorbeeld de plooien van de kleding. Op grond van de resultaten van dit onderzoek heeft de vereniging “De Zeven Monumentale Calvaires van Bretagne” een reconstructie gemaakt. In de zomer van 2010 werd de calvaire van Pleyben opnieuw ingekleurd met behulp van videoprojectoren. Hierboven kun je zien hoe dat er uit moet hebben gezien vergeleken met de huidige situatie.