Laatst bijgewerkt op 29 mei 2026
De kruisweg (Via crucis in het Latijn) is een nabootsing van de Via Dolorosa in Jerusalem, die de gelovige in staat stelt de lijdensweg na te volgen die Jezus Christus op Goede Vrijdag aflegde. In de Rooms-katholieke kerk werd dit in de 15e eeuw een traditioneel onderdeel ter voorbereiding op het christelijke Paasfeest. Volgens Wikipedia is het Fransciscus van Assisi geweest die vooral de gebeden van de kruisweg gepropageerd heeft.
Bij de kruisweg worden schilderijen of beelden gebruikt. De kruisweg bestaat uit 14 staties, 14 afbeeldingen. Statie is afgeleid van het Latijnse statio, wat halteplaats betekent. De laatste statie is die van de graflegging.
Graflegging
Los van de kruisweg vinden we vanaf halverwege de 14e eeuw afzonderlijke voorstellingen van de graflegging (mise au tombeau). Dat is dan in de vorm van schilderijen, miniaturen, glas-in-loodramen en beelden(groepen). In de 15e en 16e eeuw werd de graflegging populair, vooral in de vorm van een beeldengroep. Voor een deel was dat een reactie op de protestantse Reformatie in de 16e eeuw middels de Contrareformatie. Zoals we al gezien hebben was deze Contrareformatie sterk in Bretagne, vooral in de Finistère. Maar het sloot in Bretagne zeker ook aan bij de volksdevotie die daar nog levendig werd gevoeld. Dat is deels nog zo. In de beeldengroepen is dat ook terug te zien: eerbiedig, betrokken, ingetogen, in de latere groepen meer aangrijpend.

Graflegging in de abdijkerk Sainte-Croix in Quimperlé (GO69)
In Bretagne gaat het vooral om beeldengroepen. We treffen deze groepen aan in: Cléden-Poher, Lampaul-Guimiliau, Le Relecq-Kerhuon, Locronan, Quimper, Quimperlé en Saint-Thégonnec (allemaal in de Finistère), Lannion (Côte d’Armor) en in Auray (Morbihan). Die van Quimperlé is de oudste, van rond 1500.
Een waarschijnlijk oudere graflegging (begin 15 e eeuw), maar dan in reliëf, is te vinden in de Notre-Dame van Runan. Het is een deel van een beeldhouwwerk dat de voorkant van het altaar van de Maagd Maria siert. Te zien zijn de vier Maria’s, met moeder Maria die zich buigt over het lichaam van Jezus Christus, en een man, waarschijnlijk Johannes, want hij draagt een boek.
In heel Frankrijk waren er ongeveer 150 beeldgroepen te vinden volgens Wikipedia, maar de lijst lijkt niet compleet.
Graflegging in de Bijbel
De samenstelling van de groepen varieert. Dat roept de vraag op wie er nu allemaal aanwezig bij de graflegging? Behalve de hoofdpersoon, Jezus Christus, waar alles om draait, wordt de graflegging in alle vier de evangeliën beschreven. Er is wel een verschil in welke personen zijn vertegenwoordigd.
| Mat. 27: 57:61 | Mar. 15: 42-47 | Luk. 23: 49-55 | Joh. 19: 31 -42 |
|---|---|---|---|
| Jozef van Arimathea, Maria Magdalena, de andere Maria | Jozef van Arimathea, Maria van Magdala, Maria de moeder van Jozes of Joses | Jozef, lid van de Hoge Raad, uit Arimathea; de vrouwen | Jozef van Arimathea, Nikodemus |
Volgens Markus en Lukas komen de vrouwen de volgende dag of na de sabbat terug naar het graf om het lichaam van Jezus te balsemen. Behalve bij Johannes, daar hebben Jozef van Arimathea en Nikodemus het lichaam met balsemkruiden in zwachtels gewikkeld. Maria Magdalena komt daar de volgende dag wel naar het graf, in haar eentje.
Bij Mattheus komen Maria Magdalena en de andere Maria na de sabbat bij het graf kijken. Degenen die verder met naam genoemd worden zijn:
| Mat. 28: 1-2 | Mar. 16:1-8 | Luk. 24: 1 -11 | Joh. 20:1 |
|---|---|---|---|
| Maria Magdalena, de andere Maria | Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus en Salomé. | Maria van Magdala, Johanna en Maria, de moeder van Jakobus. Ook andere vrouwen die bij hen waren. | Maria Magdalena |
Kruisiging
Opmerkelijk is dat Maria, de moeder van Jezus, en Johannes in alle vier de evangeliën niet genoemd worden, terwijl ze beide bij alle beeldengroepen aanwezig zijn. Het is een verwijzing naar hun aanwezigheid bij de kruisiging, overigens alleen beschreven bij Johannes. De beeldengroepen combineren dus de gebeurtenissen. Bij de kruisiging waren verder aanwezig:
| Mat. 27: 55- 56 | Mar. 15: 40-41 | Luk. 23: 33-48 | Joh. 19: 25-27 |
|---|---|---|---|
| Veel vrouwen keken toe bij de kruisiging. Onder hen waren Maria van Magdala, Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeus. | Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus, de jongere en van Jozes en Salomé. En nog vele andere vrouwen. | Geen vermelding van aanwezigen. | De moeder van Jezus en haar zuster Maria Kléopas, Maria Magdalena en de leerling die hij liefhad. Dit kan ook gelezen worden dat er vier vrouwen aanwezig waren: de moeder van Jezus, haar zuster, Maria Kléopas en Maria Magdalena |
De graflegging in Lampaul-Guimiliau
De personen in de verschillende beeldengroepen zijn dus ontleend aan bovenstaande passages uit de Bijbel. Daarnaast komen we soms nog anderen tegen. Maar eerst bekijken we de een voor een de personen bij graflegging van Lampaul-Guimiliau. We gaan van links naar rechts.

| Jozef van Arimathea | Salomé of Maria Salomé | Maria Magdalena |
|---|---|---|
| Ἰωσὴφ ὁ ἀπὸ Ἀριμαθαίας, Joseph of Arimathea, Joseph d'Arimathie, Josef von Arimathäa | Σαλώμη, Salome (disciple), Salomé, Salome (Jüngerin) | Μαρία ἡ Μαγδαληνή, Mary Magdalene, Marie Madeleine, Maria Magdalena |
![]() | ![]() | ![]() |
| Lid van de Hoge Raad (Sanhedrin) volgens Markus. Hij krijgt toestemming van Pilatus om het lichaam van Jezus Christus van het kruis te halen en in zijn familiegraf te begraven. | Mogelijk een halfzuster van Maria. In de middeleeuwen werd zij gezien als een van de drie Maria’s, de vrouw van Zebedëus en dus de moeder van de apostelen Johannes en Jakobus de Meerdere. Zij houdt een kelk in haar hand. | Zij was zeker aanwezig bij zowel de kruisiging, de kruisafname, de graflegging en wat er daarna gebeurde. Zij was ook de eerste persoon aan wie de opgestane Christus verscheen. Zij is herkenbaar aan een pot met zalf. |
| Matheus 27:57:61; Markus 15:43; Lukas 23: 50-51; Johannes 19:38-42 | Markus 16:1-8; Johannes 19: 25 | Matheus 27:57:61; Markus 15:43; Lukas 23: 50-51; Johannes 19:38-42 |
| Maria, de moeder van Jezus | Johannes | Maria Kléopas |
|---|---|---|
| Μαρία, Mary, Marie, Maria | Ἰωάννης, John, "brother of James"), Jean, Johannes | Μαρία ἡ τοῦ Κλωπᾶ, Mary of Clopas, Marie (femme de Cléophas) of Marie Jacobé, Maria Kleophae |
![]() | ![]() | ![]() |
| Niet genoemd als aanwezig bij de graflegging, maar wel bij de kruisiging. Maar het is alleen Johannes die dat expliciet vermeld. | Evenals Maria de moeder van Jezus wordt Johannes niet genoemd bij de graflegging, maar wel bij de kruisiging. Tenminste als hij de leerling is die Jezus liefhad. | Er is discussie over of dit een halfzuster van Maria de moeder van Jezus was. En was zij de moeder, de vrouw of de dochter van Kléopas? Is zij dan ook de moeder van Jakobus? Bovendien twijfelen sommigen ook nog of Kleopas en Klopas wel een en dezelfde persoon waren. |
| Johannes 19: 25-27 | Johannes 19: 25-27 | Markus 16:1-8; Lukas 24: 1 -11 |
| Gamaliël | Nikodemus | |
|---|---|---|
| Γαμαλιὴλ ὁ Πρεσβύτερος, Gamaliel, Gamaille, Gamaliel I | Νικόδημος, Nicodemus, Nicodème, Nikodemus | |
![]() | ![]() | |
| Als lid van de Hoge Raad pleit hij ervoor de christenen niet te vervolgen (Hand. 5:34). Hij was de leermeester van Paulus (Hand. 22:3). We komen hem niet tegen onder de personen hierboven genoemd.. Wel wordt hij in Bretonse geschriften uit de 16e eeuw genoemd als aanwezig bij de kruisafname. | Nikodemus was een Farizeeër en schriftgeleerde. Alleen Johannes noemt expliciet Nikodemus als aanwezig bij de graflegging. Net zoals hij verder ook alleen in het Johannesevangelie voorkomt. | |
| Johannes 19:38-42 |
Op de website van APEVE wordt Nikodemus Jozef van Arimathea genoemd. Op de website van Bible et Lecture Bretagne is dit een vraagteken. Op andere websites is dit echt Nikodemus, bijvoorbeeld in deze blog. En dat komt ook overeen met andere beeldengroepen waar Jozef van Arimathea altijd aan de linkerkant staat (Bourges, Quimper). In Quimperlé staan de namen van de personen op de beelden en ook hier staat Nikodemus rechts.
Overige personen
Abibon (Abibos, Abibas)
In Quimperlé vinden we trouwens een bijzondere deelnemer: Abibon. Er is niet veel bekend over Abibon. Het is zelfs de vraag of het een historische persoon is. Hij komt niet voor in de Bijbel of in de apocriefen.
Abibon. Detail van de graflegging in abdijkerk Sainte-Croix in Quimperlé (GO69)
Voor het eerst wordt hij genoemd in een brief van de presbyter Lucianus uit de 5e eeuw. In deze brief beschrijft Lucianus hoe Gamaliël hem in verschillende dromen de plaats aanduidt van het graf van de apostel Stefanus, de eerste martelaar. Volgens Gamaliël waren hier ook de graven van Nicodemus, Gamaliël zelf en zijn zoon Abibas te vinden.


Fontaines de la chapelle Saint-nicodème en Pluméliau (GO69)
In Bretagne vinden Abibon ook terug bij de Chapelle Nicodème in Pluméliau in de Morbihan. De oudste bron (uit 1608) heeft drie bassins met elk een eigen opbouw en voorgevel. In elk bassin is een nis, waarin oorspronkelijk de beelden van respectievelijk Nicodemus, Gamaliël en Abibon stonden. Ze zijn allemaal verdwenen.
Abibon wordt in Bretagne wel in verband gebracht met Saint-Yben, ook bekend onder veel verschillende namen waaronder Saint-Iboan, Saint-Diboan, Saint Iben, Saint-Abibon, Saint-Languis, Saint-Idunet. Hij was een leerling van Saint-Guénolé, de stichter van de abdij van Landévennec. Saint-Yben stichtte een priorij die de basis werd van de stad Châteaulin.
Veronica
Veronica is een latinisering van het Griekse Βερενίκη, Berenikē. Zij wordt genoemd in het apocriefe Evangelie van Nikodemus als de vrouw die het kleed van Jezus aanraakte en daardoor werd genezen van bloedvloeiingen Die genezing wordt vermeld in Mat. 9: 18-26; Mar. 5:25-34 en Luk. 8:43-48.
In hetzelfde evangelie van Nikodemus getuigt zij later voor Pontius Pilatus van de wonderdaden van Jezus Christus.
Vanaf de 11e eeuw wordt zij in verband gebracht met een door Jezus Christus geschonken afbeelding van hemzelf. Hiermee zou ze later keizer Tiberius genezen hebben. Vanaf de 14 eeuw wordt dan de connectie met de zweetdoek populair (Wikipedia).
Het verhaal van de zweetdoek van Veronica gaat terug tot de 12e eeuw. Veronica zou met die doek het bloed en het zweet van het gezicht van Jezus op weg met het kruis naar Golgotha, gewist hebben. Op de doek bleef daarna een afbeelding van het gelaat achter. Deze gebeurtenis is de zesde statie geworden in de kruisweg. Deze zweetdoek duikt op in Rome en er worden verschillende wonderen aan toegeschreven. Er zijn ook kopieën van gemaakt, waarvan er zes bekend zijn en op verschillende plaatsen in Europa bewaard worden.








