Laatst bijgewerkt op 18 september 2026
De lijdens- of passiewerktuigen zijn voorwerpen die horen bij de lijdensweg van Jezus Christus. Ze staan ook bekend als de Arma Christi, letterlijk de wapenen of werktuigen van Christus. Werktuigen omdat Christus hiermee de dood overwon.
Overzicht lijdenswerktuigen
Hieronder een overzicht in chronologische volgorde van de passiewerktuigen (Arma Christi), wat ze betekenen en waar ze in de evangeliën van Mattheus, Markus, Lukas en Johannes genoemd worden. Worden ze niet genoemd in de evangeliën, dan staat er niets bij ‘vermelding in de evangeliën’.
| Passiewerktuigen | Betekenis | Vermelding in de evangeliën |
| Munten (of een geldzak) | De prijs voor het verraad van Judas Iskariot. | Mat. 26:15; Mar. 14:10-11; Luk. 22:4-6; Joh. 13:2, 13:27-30 |
| Kelk | De kelk die Jezus gebruikte tijdens het Laatste Avondmaal[1]. In figuurlijke zin. | Mat. 26:27; Mar. 14:23; Luk. 22:17, 20 Mat. 26:42; Mat. 14:36; Luk. 22:42 |
| Lantaarn of fakkels | Deze droegen de dienaren van hogepriesters en Farizeeërs of oudsten van het volk bij zich bij de gevangenneming van Jezus Christus. | Joh. 18:3 |
| Zwaarden en stokken | Idem. | Mat. 26:47; Mar. 14:43 |
| Zwaard (en oor) | Hiermee sloeg (Petrus of een omstander) het oor af van de dienaar van de hogepriester (Malchus). Soms wordt ook een menselijk oor afgebeeld. | Mat. 26:51, 55; Mar. 14:47; Luk. 22:50; Joh. 18:10 |
| Hoofden, spugend gezicht | Van de mannen die Christus bespotten, hem in het gezicht spuugden of sloegen. | Mat. 26:67-68; Mar.14:65, 15:19; Luk. 22:63:64; Joh. 19:3 |
| Hand | Hiermee sloeg een dienaar van de hogepriester Kajafas Jezus Christus in zijn gezicht. | Joh. 18:22 |
| Haan | Deze kraaide na de derde verloochening door Petrus. | Mat. 26:34, 75; Mar. 14:30, 72; Luk. 22:34, 60; Joh. 13:38, 18:27 |
| Handen en/of kan | De kan met het water waarmee Pontius Pilatus zijn handen in onschuld waste. | Mat. 27:24 |
| Gesel, roede of zweep | Hiermee werd Jezus Christus gegeseld door de mannen van Pilatus. | Mat. 27:26; Mar. 15:15; Luk. 23:16, 22; Joh. 19:1 |
| Kettingen of touwen Pilaar, zuil of kolom | Jezus Christus zat voor de geseling vastgebonden met kettingen of touwen aan een pilaar of zuil[2]. | |
| Purperen of rode gewaad | Door de mannen van Pilatus omgehangen om spot te drijven met Jezus Christus als koning van de Joden. Volgens Lukas werd een schitterend gewaad door Herodes en zijn mannen omgehangen ter bespotting. | Mat. 27:29; Mar. 15:17; Luk. 23:11; Joh. 19:2-5; |
| Doornenkroon | Door de mannen van Pilatus opgezet om spot te drijven met Jezus Christus als koning van de Joden. | Mat. 27:29; Mar. 15:17; Joh. 19:2,5 |
| Rietstengel, rieten stok | Door de mannen van Pilatus als een scepter gegeven aan Jezus om hem te bespotten als koning van de Joden. De stok werd daarna gebruikt om hem te slaan volgens Mattheus. | Mat. 27:29-30; Mar. 15:19 |
| Zweetdoek (van Veronica) | De doek waarmee Veronica het gezicht van Jezus Christus op zijn weg naar Golgotha afdroogde. Een afdruk van het gezicht bleef achter op het doek[3]. | Niet in de evangeliën genoemd, maar de oorsprong kan zijn Luk. 23:27: een grote menigte volgde hem en ook vele vrouwen die om hem klaagden en weenden. In Joh. 20:7 is wel sprake van een zweetdoek, die achterbleef in het graf van Christus na zijn verrijzenis. |
| Vat of potje | Voor de gal met wijn (of mirre) die Jezus Christus te drinken werd aangeboden, maar die hij niet wilde. | Mat. 27:34; Mar. 15:23 |
| Kruis | Hieraan werd Jezus Christus gekruisigd. | Passim |
| Touwen | Deze werden gebruikt voor het oprichten van het kruis. | |
| Spijkers | Hiermee werd Jezus Christus aan het kruis genageld. Zij hadden de vier wonden aan handen en voeten tot gevolg (de stigmata). | De spijkers worden niet genoemd maar wel de wonden in handen en zijde in Joh. 20:25. |
| Hamer | Hiermee werden de spijkers in Jezus’ handen en voeten werden geslagen. | |
| Titulus Crucis | ‘Jezus de Nazarener, de koning van de Joden’. Opschrift op het kruis in het Hebreeuws, Grieks en Latijn (INRI, Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum). | Mat. 27:37; Joh. 19:19 |
| Spons op een riet- of hysopstengel | Hiermee werd zure wijn of azijn aan Jezus Christus te drinken gegeven. | Mat. 27:48; Mar. 15:36; Joh. 19:28 |
| Dobbelstenen Naadloos kleed of ondergewaad | Hiermee dobbelden de soldaten om het naadloze gewaad van Christus | Mat. 27:35; Mar. 15:24; Luk. 23:34; Joh. 19:23-24. |
| Speer of lans | Hiermee bracht een Romeinse soldaat Jezus Christus een wond in de zijde toe, de laatste van de vijf wonden (stigmata). | Joh. 19:34 |
| Zon en maan | Symboliseren de zonsverduistering die plaatsvond tijdens de kruisiging van Jezus Christus. | Mat. 27:45; Mar. 15:33; Luk. 23:44-45; |
| Ladder en (nijp)tang | Deze werden gebruikt voor de kruisafneming, maar wordt niet specifiek genoemd. | Mat. 27:58; Mat. 15:45; Luk. 23:53; Joh. 19:38 |
| Vat met mirre (met aloë) | Met de mirre werd het lichaam van Jezus Christus gezalfd. | Mar. 16:1; Luk. 23:55, 24:2; Joh. 19:40 |
| Lijkwade | Hierin werd het lichaam van Jezus Christus gewikkeld voor de begrafenis | Mat. 27: 59; Mar. 15:46; Luk. 23:53; Joh. 19:40 |
Geschiedenis
Bovenstaande werktuigen komen nooit allemaal tegelijkertijd voor in de religieuze kunst. Velen komen ook pas laat in de middeleeuwen voor.
Het eerste, belangrijkste passiewerktuig, het kruis, werd in de 4e eeuw in de christelijke kunst geïntroduceerd als de crux invicta, een symbool van overwinning.

Bovenste deel van het apsis-mozaïek uit Ravenna (545), Bode Museum, Berlijn door Richard Mortel
Het vroegste voorbeeld van een toepassing van de Arma Christi in de Italiaanse beeldende kunst is te vinden in het zesde-eeuwse mozaïek dat zich oorspronkelijk bevond op de triomfboog boven de apsis van de San Michele in Affricisco in Ravenna[4]. De tronende Christusfiguur wordt hier geflankeerd door twee engelen, waarvan de linker engel de stok met de spons vasthoudt en de rechter engel de lans.
Utrechts Psalter
Een ander vroeg voorbeeld is het Utrechtse Psalter uit ca. 830. Dit psalmenboek is voorzien van prachtige illustraties.
Utrecht Psalter, Universiteitsbibliotheek Utrecht, Ms. 32, fol. 12r. Foto met dank aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht.
Bij psalm 22 (volgens de Griekse nummering is het psalm 21) zijn op de tekening o.a. te zien het kruis, de gesel, de lans en de stok met spons. Op de voorgrond wordt gestreden om een kleed.

In psalm 22 vraagt iemand God om hem te redden van de spot en kwellingen van zijn vijanden. In de laatste tien verzen wordt God bedankt voor die redding. In het Nieuwe Testament wordt er vaker aan gerefereerd. Een aantal regels wordt door christenen soms gezien als profetie van Jezus’ kruisdood.
Heel bekend zijn de woorden: “Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten?” (vers 2). “[…] zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord” (vers 17) en “Ze verdelen mijn kleren onder elkaar en werpen het lot om mijn mantel” (vers 19).
Latere middeleeuwen
In de elfde en twaalfde eeuw worden de lijdenswerktuigen gezien als tekenen van de overwinning op de dood en het kwaad. We vinden ze dan in voorstellingen van het Laatste Oordeel. De werktuigen worden meestal vastgehouden door engelen die de wacht houden aan weerszijden van de tronende Christus.[5]
In de 13e en 14e eeuw treedt een verschuiving in de betekenis op. Er komt in die tijd meer en meer aandacht voor het lijden van Jezus Christus. Voorstellingen van de ‘Man van smarten’ worden in die tijd ook populair. De Arma Christi worden nu een hulpmiddel om je in dit lijden in te leven. Het aantal passiewerktuigen wordt dan aanzienlijk groter. Het gaat niet meer alleen om materiële voorwerpen en lichamelijke pijn, maar ook het psychische lijden door angst, verraad, vernedering en bespotting[6].
Arma Christi Roll
Het Middelengelse gedicht Arma Christi, dat vóór het einde van de 14e eeuw verscheen, getuigt van deze verschuiving. Het moet populair zijn geweest want er bestaan nog 15 exemplaren van voorzien van illustraties. Sommige hiervan hebben de vorm van een rol. Volgens Andrea Denny-Brown zou deze rolvorm mogelijk bedoeld zijn voor persoonlijke devotie zoals gebed, introspectie en meditatie.
Mary Agnes Edsall heeft zelfs bewijs gepubliceerd dat de smalste Arma Christi-rollen werden gebruikt als geboortegordels: een talisman die om de buik van een vrouw werd gewikkeld om haar en haar baby tijdens de bevalling te beschermen[7].
Passiewerktuigen in Bretagne
In Bretagne vinden we sinds de 15e eeuw de passiewerktuigen terug in een verscheidenheid van vormen en op verschillende plaatsen. De oudste voorstelling die ik tot dusver ben tegenkomen is die van de glas-in-lood ramen in de Église Saint-Nicolas in Saint-Nicolas-du-Pélem (1470-1480) en een altaarstuk in de Eglise Paroissiale Sainte-Anne in Peumerit-Quintin (laatste kwart 15e eeuw).
Het thema komt daarna steeds weer terug. De meest recente uitbeelding die ik gevonden heb, is die van een glas-in-lood raam in de Abbaye Notre-Dame du Tronchet uit midden 20e eeuw.
Gekerstende menhir van Saint-Uzec
De menhir is bekend onder verschillende namen: Menhir de Penvern, Menhir de St Uzec of Menhir de Saint Duzec. De menhir zelf werd opgericht in de Neolithische periode (5.000 – 2.000 jaar voor Christus ), maar in 1674 gekerstend door de “Apostel van Bretagne”, de jezuïet Julien Maunoir.
Het komt vaker voor dat menhirs gekerstend zijn. Bij deze menhir is dat gedaan door een kruis op de top te plaatsen en passiewerktuigen uit te houwen én deze een kleur te geven. Daarnaast werd ook nog de voorkant versierd met een schildering van de gekruisigde Jezus Christus. Deze laatste was begin 20e eeuw nog zichtbaar, maar is inmiddels verdwenen. Evenals de andere kleuren.

The menhir of Saint-Uzec, in Pleumeur-Bodou, Colour lithograph after A. de Mortillet (1853-1931), Date: 1897. From the Welcome Collection

De uitgehouwen passiewerktuigen zijn min of meer van boven naar beneden:
- 1e rij: zon en maan met daartussen Maria
- 2e rij: speer en dolk, kan, hand, zweetdoek, haan, ladder, lans en stok met spons
- 3e rij: zwaard, lantaarn, hamer, nijptang, zuil, roede.
- 4e rij: gesel, gewaad, dobbelstenen, spijkers, schedel (van adam?), (gekruiste) botten, geldbuidel.
Een complete beschrijving is te vinden op de website van J.F. Bradu.
Beeldhouwwerken
De lijdenswerktuigen vinden we in Bretagne terug in vele vormen van beeldhouwwerken. Hieronder enkele voorbeelden.
Sablières
Op de sablières komen we vaker de lijdenswerktuigen tegen. Een tweetal voorbeelden:
- Église Saint-Suliau in Sizun: op de sablières zien we een aantal beelden van engelen die passiewerktuigen vasthouden (uit de 16e of 17e eeuw).
- Église paroissiale Notre-Dame-des-Grâces (Plusquellec): ongeverfde sablière met passiewerktuigen tussen twee engelen: hemd, voeten met stigmata, doornenkroon, handen met stigmata, roede, spijkers, hamer, lamp, nijptang, zwaard, gesel, stok met spons(?), uit midden 16e eeuw.
Beelden
In de Chapelle de la Trinité, Lochrist (Ploërdut) staat een beeld van Nicodemus met een doornenkroon, nijptang en spijkers in zijn handen (3e kwart 16e eeuw).
Calvaires
Het wegkruis in Québriac (Croix de chemin, la Mariais (Québriac), is opgericht door de familie Vigner in 1627. Naast de kruisiging zien we op het kruis de volgende passiewerktuigen: hamer, nijptang, spijkers, lans, ladder, doornenkroon, kelk en zweep.
Altaarstukken
De église Paroissiale Sainte-Anne in Peumerit-Quintin uit eind negentiende eeuw is gewijd aan Sint Anna. Hier staat een voormalig altaarstuk (retabel) uit het laatste kwart van de 15e eeuw. Dat altaarstuk bestond vroeger uit twee delen die stonden in de nabij gelegen Chapelle de Loc’h (of Louc’h). Deze chapelle was vroeger een kerk van de Johannieters. De twee delen vormden de voorkant van twee zij-altaren.
In 1961 zijn deze altaarstukken overgebracht naar de kerk van Pleumerit-QuintinHier, daar in 1968 samengevoegd en op het koor geplaatst.

Op dit altaarstuk zijn o.a. te zien de geseling van Jezus Christus, zijn gang naar Golgotha en de kruisiging. Daarnaast de opstanding en de afdaling in de onderwereld.
Zonnewijzers
In Bretagne zijn veel zonnewijzers, meerdere daarvan met lijdenswerktuigen. Ze zijn bijvoorbeeld te vinden in de volgende plaatsen: Lanildut, Brélès, Lanrivoaré (kerk), Plomodiern, Saint-Philibert (1670), Josselin.
Een fraai voorbeeld is de zonnewijzer in Pont-de-Buis-lès-Quimerch uit 1760. Hierop zijn te zien: kruis, zon en maan, hemd, lans, spijkers, munten, doornenkroon, palmblad (?), gesel, nijptang, lamp, zweetdoek, hamer, hand, kelk, haan, kan, ladder.
[1] Deze kelk zou Jozef van Arimathea gebruikt hebben om het bloed op te vangen tijdens de kruisiging en werd zo tot de Heilige Graal. De eerste schriftelijke vermelding hiervan is te vinden in het eerste deel van de graaltrilogie van Robert de Boron: ‘Joseph d’Arimathie, ou le Roman de l’estoire dou Graal’ (eind 12e eeuw).
Meer over Jozef van Arimathea en zijn rol bij de graflegging op de desbetreffende pagina.
[2] Niet expliciet genoemd in de evangeliën, maar het was de Romeinse praktijk bij een geseling.
[3] Meer over Veronica op de pagina over de graflegging.
[4] Maartje Hagenbeek. Het Arma Christi-motief als representatie van het lijden van Christus. BA eindwerkstuk Kunstgeschiedenis, 2021, 59 pp.
[5] Cynthia Hahn. Passion Relics and the Medieval Imagination: Art, Architecture, and Society. Oakland: University of California Press, 2020. p. 60-62.
[6] Hagenbeek, p 29.
[7] Andrea Denny-Brown. Mysterious Manuscript in a Silk Purse:, 2015, https://www.huntington.org/frontiers/mysterious-manuscript-silk-purse, geraadpleegd op 1 februari 2026.