De Iroise met zijn bijzondere megalithische monumenten

Laatst bijgewerkt op 4 juni 2026

Het uiterste noordwest deel van de Finistère gelegen tegenover de Molène-archipel en het eiland Ouessant wordt de Iroise genoemd. We verkennen de regio tussen de plaatsen Portsall en Le Conquet, van noord naar zuid.

Île Carn

L’île Carn (Enez Carn in het Bretons) is een getijdeneiland net als Mont Saint-Michel. Het is bij eb gedurende ongeveer 2 uur te voet te bereiken vanaf het vasteland. Bij vloed is er een sterke stroming tussen het eiland en het vasteland en is het onmogelijk over te steken.

Île Carn

Ben je er op het juiste moment, dan kun je de oversteek maken. De afstand is ongeveer 600 meter. Niet veel, maar je moet wel een weg zoeken over en tussen de stenen, de plassen en het verse zeewier.
Eenmaal op het eiland heb je helemaal rondom de horizon met een mooi uitzicht op de duinen van Tréompan, het strand van Trois Moutons en de vuurtoren van het Maagdeneiland. Een bijzondere plek.

Het eilandje heeft een oppervlakte van 15.000 m2 bij de hoogste stand van het water.
Tot de 2e wereldoorlog werd het eiland nog bewoond door een familie van zeewiertelers. In de 2e wereldoorlog werd hier een uitkijkpost gebouwd en kanonnen opgesteld. Helaas werd de cairn daarbij beschadigd.

Cairn

Schets van de plattegrond van de cairn de l’île Carn by Uuetenava

Op de top van het eiland staat een trapeziumvormige cairn. Het oudste deel stamt uit het Midden-Neolithicum ( mogelijk rond 4700 v.Chr.) en bestaat uit drie dolmens met elk een gang. In het late neolithicum werd dit oudste deel opgehoogd met een grote ronde cairn. De huidige cairn heeft nog een omtrek van zo’n 30 meter en een hoogte van 10 meter

Plattegrond Cairn de l'île Carn

De cairn werd pas in de late 19e eeuw als zodanig erkend. Bij de constructiewerkzaamheden in de 2e wereldoorlog ontdekte men de zuidelijke dolmen. Hierdoor werd de belangstelling gewekt van clandestiene opgravers en werd de cairn verder beschadigd. Tot in 1954 een reddingsplan werd opgesteld.
Tussen 1964 en 1967 werd verder onderzoek gedaan en werden de middelste en noordelijke dolmens ontdekt. De bouw blijkt in fases te zijn verlopen. Er is vooral gebruik gemaakt van lokale stenen.

Île Carn - Interieur noordelijke dolmen in de cairn

Cairn op het Île Carn – Interieur noordelijke dolmen

De dolmens zijn toegankelijk. Wat opvalt is de bijzondere en fraaie constructie van gelaagde stenen. Daarmee is een koepelvorming plafond gemaakt.
In de noordelijke dolmen, die verdeeld is in twee kamers is de scheidingsmuur zeer fraai gewelfd. Dat draagt bij aan het bijzondere gevoel dat je binnen krijgt.

In alle drie de dolmens zijn gebruiksvoorwerpen gevonden zoals potten, vazen, werktuigen en zelfs parels (zuidelijke dolmen).

Guilliguy

De Guilliguy (of Le Guilligui) is een hoger gelegen deel aan de kust met uitzicht op de haven van Portsall. Bij de haven ligt het anker van de Amoco Cadiz, die in 1978 hier vlakbij verging.
De Guilliguy is al ongeveer 8.000 jaar bewoond. Guilliguy staat waarschijnlijk voor ‘hermitage van het kleine hout’ of ‘het kleine hout van de hermitage’ afkomstig van het Bretonse: killi – “klein bos” of “bpoel”; guic ou gui  of hermitage, kluizenarij). Er zijn hier drie monumenten te vinden: een dolmen (allée couverte), een menhir en een kruis.

L’allée couverte du Guilliguy
Guilliguy - dolmen

Deze overdekte dolmen werd meer dan 5.000 jaar geleden gebouwd. In eerste instantie dacht men hier te maken te hebben met een allée couverte, maar bij opgravingen in 1991 en 1992 bleek dat het een geknikte dolmen was met een voorkamer. Ooit was er ook een zogenaamd ‘zielenvenster’ (dalle hublot (Frans), porthole (Engels), Seelenloch (Duits). De ovale deksteen hiervan is teruggevonden bij de opgravingen. Volgens de Franse Wikipedia was dit gat bedoeld om de lijken binnen te dragen, volgens de Duitse Wikipedia om de zielen de kans te geven om te ontsnappen.

Er was ook een zij-ingang, wat in Bretagne niet veel voorkomt bij dolmens. Deze zij-ingang is gedeeltelijk beschadigd geraakt in de bronstijd (3000-800 v. Chr.) toen hier een graf (!) werd aangelegd.
De dolmen bestaat uit een vier meter lange gang, noord-zuid georiënteerd en die via het zielenvenster toegang geeft tot een 6,6 m lange grafkamer. Een gesloten en slechts gedeeltelijk bewaard gebleven voorkamer naar het westen maakt het geheel compleet. Alleen ontbreekt de oorspronkelijke afdeklaag van aarde.
Bij de genoemde opgravingen is ook een werkplaats gevonden voor het maken van microlieten, kleine vuurstenen werktuigen. Deze werkplaats stamt uit het Mesolithicum, d.w.z. ongeveer 8.000 jaar voor onze jaartelling.

Menhir du Guilliguy

Ca. 50 meter ten zuidoosten van de dolmen staat een menhir van 1,2 meter. Dichtbij ligt nog een tweede menhir. Of er een verband is tussen de menhir(s) en de dolmen is onduidelijk.
Op het hoogste punt van deze rotspunt staat een vier meter hoog stenen kruis uit 1715. Dat stond eerst op het kerkhof bij de kapel van Saint-Usven, maar de kapel is afgebroken en het kruis werd hier geplaatst in 1895.

Porspoder

Volgens The Megalithic Portal is er in deze omgeving veel aan megalieten verdwenen of vernield. Voorbeelden zijn de megalieten van het getijdeneiland Melon. Er waren hier maar liefst 4 menhirs, 1 tumulus, 2 cairns en 5 dolmens. Twee menhirs, een dolmen en de restanten van twee dolmens zijn nog over. De rest is verdwenen door erosie van het eiland. De grootste menhir (7 meter) is door de Duisters opgeblazen in 1942.
Maar ook tegenwoordig worden de megalieten nog bedreigd of wordt er slordig mee omgegaan.

Foto door Association Sauvegarde Paysages d’Iroise

In 2022 besliste de prefect van Finistère dat er de buurt van de menhirs van Kergadiou drie grote windturbines mochten komen. Eerst was er nog sprake geweest van vijf windturbines.

Menhirs de Kergadiou met geplande windmolens

Protesten zorgden er voor dat in september 2024 het ‘Cour administrative d’appel de Nantes’ dit plan van tafel veegde. Het uitzicht blijft behouden (Trouw, 2 oktober 2024 in ‘Naast het Nieuws’).

Dolmen en Menhir van Kerivoret

De D27 volgend in zuidelijke richting passeer je Porspoder. Bijna bij het verlaten van de stad neem je een weg linksaf, de Route de Prat Joulou. Deze weg leidt naar een parkeerplaats bij de gemeentelijke werkplaats (48°29’52 N  4°45’45 W). Ongeveer dertig meter voor de parkeerplaats is er een voetpad dat leidt naar de twee megalieten van Kerivoret. Het voetpad staat aangegeven met een bord.

De dolmen van Kerivoret bestaat uit een enkele kamer van 3,40m bij 1,60m met een hoogte van 1,40m. Zij wordt begrensd door zes staande stenen en een enorme platte deksteen. Buiten de ingang is nog een platte steen op de grond te vinden die gebruikt zou kunnen zijn om het monument af te dichten. Het geheel meet 4,20 m lang en 3,60 m in maximale breedte. De stenen hebben niet allemaal dezelfde herkomst. Een zorgvuldige observatie toont verschillende soorten graniet voor de twee pilaren.


De dolmen van Kerivoret bestaat uit een enkele kamer van 3,40m bij 1,60m met een hoogte van 1,40m. Zij wordt begrensd door zes staande stenen en een enorme platte deksteen. Buiten de ingang is nog een platte steen op de grond te vinden die gebruikt zou kunnen zijn om het monument af te dichten.

Kerivoret - dolmen en menhir

De stenen hebben niet allemaal dezelfde herkomst. Een zorgvuldige observatie toont verschillende soorten graniet voor de twee pilaren.
De menhir staat op zo’n 35 meter van de dolmen en is 3,50m hoog.
Ondanks de nabijheid van bebouwing is dit een mooie en rustgevende plek en de zoektocht meer dan waard.

Menhirs van Prat Joulou

Bij Prat Joulou staan nog twee menhirs. Om bij de eerste te komen neem je een pad naast de gemeentelijke werkplaats. Achteraan de werkplaats staat goed verscholen in een heg deze menhir. Hij is 2,30 m hoog, 1,70 m breed aan de basis en niet meer dan 60 cm dik. Vanaf deze eerste menhir van Prat Joulou kun je de dolmen van Kerivoret zien. Die ligt op slechts ongeveer 150 m afstand. Helaas hebben we hem niet kunnen vinden, de heg was te hoog en te dicht.

Pad van Kerivoret richting Saint-Ourzal

Voor de tweede menhir van Prat Joulou loop je terug naar de weg met het wasbekken en neemt het pad erlangs. Na een bocht zie je duidelijk deze tweede menhir aan de linkerkant, achter een draadhek. De menhir staat op privéterrein en daar mag je niet komen. Ook deze menhir was toen wij er waren vanaf het pad niet zichtbaar.
Nog een eind verder, hetzelfde pad volgend, na zo’n paar honderd meter staat de menhir de Calès. Deze is 3,05m hoog. En weer konden we deze niet zien.

Maar het pad verder volgen is de moeite waard. Niet alleen is het een fraai pad, je komt zo uiteindelijk, na zo’n 500 meter, wel bij de menhirs en de allèe couverte van Traonigou en én de kerk van Saint-Ourzal. Je moet daarbij wel een stuk over een geasfalteerde weg.

Allée couverte en menhirs van Traonigou

De Allèe couverte van Traonigou ligt ten zuiden van de geasfalteerde weg. Er liggen twee stapels grote rotsblokken in een wei (privé). Gaat het hier echt om een verwoeste allèe couverte? Het is moeilijk te zeggen. Niet alle rotsblokken in Bretagne zijn een (deel van een) megalithisch monument geweest.

Allée couverte van Traonigou

Te noorden van de geafalteerde weg vind je de menhirs. Je moet wel goed opletten, want vanaf de weg zijn de menhirs niet te zien. Neem een paadje naar het noorden en ga dan met een bochtje weer terug richting weg. Deze menhirs zijn overigens wel vrij toegankelijk.
De twee menhirs van Traonigou zijn respectievelijk 4,15m en 2,95m hoog. Oorspronkelijk stonden hier vier menhirs en vormden deze een alignement. Twee zijn vernietigd bij de aanleg of verbreding van de weg: eentje eind 19e eeuw, de ander begin 20e eeuw.
De laatste is te vinden bij de chapelle de Saint-Ourzal (48°29’23.1 N   4°45’2 W). Mogelijk zijn bij dit kerkje ook nog de restanten te zien van twee andere menhirs, restanten van dolmens en een gechristende stèle.

Menhirs van Kergadiou
Menhirs van Kergadiou

Deze menhirs behoren tot de reuzen van Bretagne. De grootste heeft een lengte van 10 meter, maar ligt plat. Hoewel, niet helemaal plat, maar onder een hoek van 18°. De andere met een lengte van 8,55m boven de grond, staat nog fier rechtop. Helaas staan deze menhirs op privéterrein en kunnen niet van dichtbij bezocht worden. Al zijn ze goed te zien vanaf de openbare weg (parkeren: 48°29’39 N  4°43’22 W).
Opgravingen rond de menhirs hebben niets opgeleverd, maar sommige archeologen zijn er van overtuigd dat de liggende steen nooit rechtop heeft gestaan, omdat de ruwe onderkant nooit is bewerkt.

Met deze menhirs is een fraaie legende verbonden, opgetekend door Mr.Taburet in 1925.

Een fee uit Groot-Brittannië ging emigreren naar Armorica. Zij nam in haar zijden schort een prachtige steen mee die nu fier rechtop staat op de hoogten van Kergadiou. Ze had deze steen gestolen van een oude heks. Die was natuurlijk woedend over deze diefstal. Je kon het overal in Armorica horen: “Ah, uw vlucht zal u niet ten goede komen ! Deze rots, ik zal hem breken, ik zal hem verpulveren!”
Woedend greep de heks toen nog een enorme steen die binnen haar bereik lag en met een geweldige inspanning gooide ze deze steen in de richting van Kergadiou. Maar helaas, ze miste haar doel op enkele tientallen meters. Daar bleef haar projectiel in de grond steken zoals we het vandaag de dag nog steeds kunnen zien.

Plouarzel

Menhir van Kerloas

Misschien wel de imposantste menhir van de Iroise is deze menhir van Kerloas (parkeerplaats 48°25’38 N  4°40’53 W). Hij steekt 9,50m boven het maaiveld uit, maar hij staat ook nog eens op bijna het hoogste punt van noordwest Bretagne (145m). Volgens sommigen is hij nog hoger geweest, want in de 17e eeuw zou de top van ca. 2m er door de bliksem afgeslagen zijn. Vandaar waarschijnlijk ook de kenmerkende schuinafgesneden top. In ieder geval is het de hoogste menhir van Europa en is hij nog tot op 30 km afstand te zien.

Menhir van Kerloas

De menhir van Kerloas heeft twee tegenover elkaar liggende bulten, twee kleine ronde uitsteeksels met een diameter van ongeveer dertig centimeter, ongeveer een meter boven de grond. Om deze reden noemen sommigen dit monument nog steeds “de gebochelde”. De aanwezigheid van deze twee tegenover elkaar liggende hobbels op een verder perfect met een bouchard bewerkte steen, suggereert dat ze doelbewust gevormd zijn.  Met welk doel is onbekend, al zijn er wel verhalen over het gebruik bij rituelen. Daarbij zouden echtgenoten hun buik tegen deze bulten wrijven met verschillende doelen. De man om er voor te zorgen dat nieuwgeborenen mannelijk zouden zijn. Voor vrouwen was het doel de man zich in seksueel opzicht aan hen te binden en hem zo in hun greep te houden.

De menhir staat op privéterrein maar is vrij toegankelijk.

Chapelle Saint-Méen de Locméven

Deze kleine kapel ligt volledig geïsoleerd, bijna aan de rand van de kust. Volgens de legende zou hier voor de kust tijdens een storm in de elfde eeuw een Engels of Iers schip zijn vergaan. De matrozen van dit schip bereikten op wonderbaarlijke wijze de nabijgelegen baai. De kapitein zwoer toen om hier een kapel te bouwen en ging zelf wonen op een nabijgelegen boerderij.

Chapelle Saint-Méen de Locméven

La chapelle de Locmeven by Raphodon

De oorspronkelijke kapel lag na de Franse revolutie in puin. Zij werd in 1812 gekocht en herbouwd door een particulier genaamd Yves Gléau. Zijn initialen staan boven de toegangspoort. In 1982 werd het gebouw gerestaureerd en kreeg het zijn huidige uiterlijk. De inrichting is sober, slechts een paar standbeelden sieren de muren. Sint Méen, met een mijter en met zijn bisschopsstaf in de hand is de patroonheilige van de kapel.

Saint Méen, ‘Sant Meven’ in het Bretons, zou een Welshe monnik uit de zesde eeuw zijn, tijdgenoot van Saint Samson en vereerd op verschillende plaatsen in en buiten Bretagne. Zijn gave was om bronnen aan te boren waarvan het water huidziekten geneest. Ook hier is een bron, vlak bij de ingang van de kapel. En zelfs vandaag de dag nog wordt gezegd dat dit water schurft en andere huidziekten geneest.

Je komt bij de kapel door bij Kerhornou de weg naar het strand te nemen. Parkeer daar op de parkeerplaats. Loop dan over het kustpad naar het zuiden. De kapel ligt op hemelsbreed zo’n 500 meter.

Davied de Porstheven en de klif van Brenterec’h

Loop je het kustpad verder door naar het zuiden dan kom je na nog eens ca. 500 m op een paar interessante plekken: eerst de klif van Brenterc’h en vervolgens de ‘davied’ van Porstheven.

Porstheven - detail informatiebord Davied
Porstheven – detail informatiebord Davied

Deel van het informatiebord bij de Davied de Porstheven.

‘Davied’ is een Bretons woord, in het Frans ook wel ‘davier’. Een davied is een horizontaal stuk klif met een takelinstallatie om van daaraf goederen vanaf het strand naar boven te hijsen. Bij Porstheven ging het om zeewier dat daar geoogst werd. Dat zeewier werd gebruikt om het land te bemesten.
De kust bij Brenterec’h is bijzonder vanwege het zwartgrijze dolorietgesteente dat je hier over een afstand van 30 meter aan de waterkant kunt vinden. Doloriet is een vulkanisch stollingsgesteente.

Tréouergat

Fontaine de Saint-Ergat

Brezhoneg: Feunteun Sant Ergat by Yfig

Deze bron ligt wat verscholen in het landschap. Om er te komen neem je de holle weg recht tegenover de parkeerplaats. Na 400m sla je rechts af. Naar links gaat de weg naar de hermitage van St Hervé. Na 100m neem je het pad dat links naar beneden gaat. Na 500m kom je bij de bron van Saint-Ergat. Die ligt in het bos, vlakbij een picknicktafel. Niet dat je bron direct ziet. Er staat drie kolommen voor. De middelste en hoogste draagt een kruis. De kolommen zijn gallische of keltische stelae of steles uit de ijzertijd (500 – 300 v. Chr.)

Fontaine de Saint-Ergat

Saint-Ergat is de patroonheilige tegen reuma en het water van de bron is daar dan goed voor. Een beeldje van de heilige siert de bron.

De hermitage van Saint-Hervé

Deze hermitage bestaat uit de ruïnes van een kapel, een bron en een goed bewaard gebleven, stenen hut die de cel van de heilige zou zijn geweest.

De heilige Hervé is blind geboren rond 520. Hij was, naar men zegt, de zoon van een bard aan het hof van een van de opvolgers van Clovis, koning Childebert 1e. Hij zou ook de neef zijn geweest van de kluizenaar van Bourg-Blanc, de heilige Urfold, of, volgens andere bronnen, van de heilige Rivoaré, de patroonheilige van Lanrivoaré.
De heilige Hervé heeft, net als zijn oom, zijn hele leven in armoede en nederigheid geleefd. Hij heeft zich hier in de bossen van Lanrivoraré enkele jaren teruggetrokken. Nadat de hond die hem begeleidde was hij verslonden door een wolf, moest de wolf door de kluizenaar de rol van de hond op zich nemen. Saint-Hervé wordt daarom altijd afgebeeld in het gezelschap van een tamme wolf.