Laatst bijgewerkt op 20 mei 2026
De hoofdindeling van megalithische graven is die in dolmen (hunebed), ganggraf en galerijgraf. Deze indeling kan verder uitgesplitst in vele subtypen, maar dat gaat voor deze website te ver.
Voor deze indeling is dankbaar gebruik gemaakt van de artikelenserie van Willem Donker op de website van het Hunenbedcafé[1]. Weliswaar beschrijft hij de situatie voor Noord-west Europa, maar deze is ook op Bretagne goed toepasbaar.
Meer informatie over de andere soorten megalieten vind je op de pagina ‘Soorten megalieten in Europa uit de neolithische tijd‘.
Dolmen of hunebed
In het Frans, Spaans en Engels wordt de term dolmen vooral gebruikt als verzamelnaam voor alle typen megalithische grafconstructies. In het Nederlands spreken we van een ‘hunebed’. De Duitsers noemen het een ‘Großsteingrab’.
In de 19e eeuw werd in Frankrijk het woord ‘dolmen’ gangbaar als verwijzing naar een megalithische grafconstructie. Dolmen zou een samenstelling zijn van twee Keltische woorden: ‘taol’, wat tafel betekent en ‘maen’ of ‘men’ wat steen betekent. Maar helemaal zeker is dat niet, want met ‘dol’ of ‘doal’ wordt ook een natuurlijke steenpartij aangeduid. Het ‘woord ‘dol’ komt ook veel voor in plaatsaanduidingen.
Oorspronkelijk waren de grafkamers volledig van hout. Vanzelfsprekend zijn die veelal verdwenen in de loop der tijd. Bij de overgang naar de stenen vorm waren er wel al draagstenen maar nog een houten deksel. Uiteindelijk wordt het geheel helemaal uit stenen opgebouwd. Dan pas spreken we over een dolmen of hunebed.
De eerste dolmens, de oer-dolmens bestonden uit een simpele rechthoekige ruimte aan alle kanten omsloten door draag- en dekstenen met de platte kant van die stenen steeds aan de binnenkant. De lengte was zo’n 190 bij 80 cm. De oudste dolmens stammen uit de vroege neolithische tijd, van 4.800 tot 4.000 v. Chr. Tijdsbepaling is overigens niet gemakkelijk. De oudste dolmens lijken de eerste kamers van de Cairn van Barnenez te zijn, uit 4.800 v. Chr. De Nederlandse hunebedden zijn gebouwd tussen 3350 en 3050 v. Chr.[2].
Gaandeweg worden de dolmens langer, tot meer dan 8 meter lang en 2,5 meter breed. Er komen dan ook ingangen. Bij dolmens zijn deze altijd aan de korte zijde. Deze ingang kan gewoon een opening tussen draagstenen zijn. Soms is er een drempel of zelfs een korter of langer voorportaal.
Dekheuvels
De meeste dolmens werden afgesloten met een dekheuvel bestaande uit verschillende lagen. In ieder geval was er een laag voor het steunen en stabiliseren van de draagstenen. Er bovenop kwam een laag met zand en stenen. Veel dekheuvels kregen een steenkrans aan de voet, soms zelfs een dubbele steenkrans.
Of er bij de allereerste dolmens ook dekheuvels waren, is nog onderwerp van discussie. Tegenwoordig zijn er nauwelijks dekheuvels meer. Misschien waren ze er niet, maar het kan ook een gevolg zijn van erosie. Overigens kon een dekheuvel meerdere dolmens bedekken en zo een aanzienlijke lengte bereiken.
Soms zijn de dekheuvels tot in de bronstijd meerdere malen opgehoogd of verlengd (Willem Donker).
Ganggraf
Een ganggraf is een megalithische grafkamer met de ingang aan een van de lange zijdes van het megalithische graf. In het Duits heet het een ‘Ganggrab’, ‘passage grave’ in het Engels, en in het Frans dus ook ‘dolmen’.
Er bestaan veel verschillende types ganggraven. Een hoofdindeling is die in een ronde of ovale, rechthoekig of trapezoïde vorm. Daarnaast zijn er ganggraven met een bijkamer of meerdere kamers, soms in de vorm van een klaverblad. Een mooi voorbeeld van het laatste is de cairn 2 bij Colpo in Bretagne.
De opbouw van ganggraven ging als volgt. Eerst werd er een ondiepe bouwput met vlakke bodem gegraven, iets groter dan de afmetingen van de geplande grafkamer. De draagstenen werden geplaatst in een funderingskuil en ingebed met keien. De vloer werd geplaveid met vuistdikke keitjes of zandsteenplaten. Deze vloer werd afgewerkt met een mengsel van klei of leem en verbrande vuursteensplinters of verbrand granietgruis. De gehele constructie werd wind- en waterdicht gemaakt met eenzelfde mengsel van klei, keitjes en verbrande vuursteensplinters of zandplaten.
Dolmens zijn vooral Noord-Zuid georiënteerd, de ganggraven zijn dat meestal Oost-West.
Galerijgraf
Bij een galerijgraf kan de ingang zowel aan de korte zijde zijn als aan de lange zijde. Wat onderscheidt een galerijgraf dan van een dolmen en ganggraf? In de eerste plaats de grootte. Galerijgraven zijn van minimaal 15 meter tot wel 40 meter lang. Vaak is er een voorkamer en soms een zogenaamd “Seelenloch” (een ronde opening in de scheidingsteen tussen de open voorkamer en de hoofdkamer).
Rond 3500 v Chr. gaat men in Bretagne grotere grafkamerconstructies maken, ganggraven, nadat daar al vele eeuwen eerder de eerste eenvoudigere en kleinere megalithische constructies werden gebouwd. De typen dolmen en ganggraf verspreidden zich in noord- en noordoostelijke richting, maar het type galerijgraf verspreidde zich vanaf circa 3350 v Chr. in oostelijke richting naar het bekken van Parijs, oostelijk België en Midden Duitsland.
Een galerijgraf heet het Engels ‘gallery grave’, in het Frans ‘allée couverte’ en in het Duits: ‘Galeriegrab’.
[1] Willem Donker, 2026. De typologie van Noordwest Europese megalithische grafconstructies onder de loep genomen, deel 1: de dolmen, deel 2: het trapgraf, deel 3: het ganggraf, deel 4: het galerijgraf, deel 5: het langgraf en deel 6: de steenkist. Geraadpleegd op internet op 13 mei 2026.
[2] Hunebed. Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hunebed, geraadpleegd 17 mei 2026.





