Enclos paroissial van Saint-Thégonnec

Laatst bijgewerkt op 19 maart 2026

Saint-Thégonnec ligt op 13 km van Morlaix en heeft, naast die het dichtbij gelegen Guimiliau en Lampaul-Guimiliau, een van mooiste en best bewaarde enclos pariossial (ommuurde kerk) van Bretagne. In deze enclos pariossial vinden we bijna alle kenmerkende onderdelen.

Saint Thégonnec - Ossuarium, calvaire en kerk

Saint Thégonnec – Ossuarium, calvaire en kerk

Het geheel getuigt van de rijkdom van deze omgeving gedurende de 15e tot en met de 18e eeuw. Deze kwam tot stand dankzij de productie van linnen stoffen, de “crées“, die verkocht werden op de Engelse, Spaanse, Nederlandse en Portugese markten. Saint-Thégonnec werd toen ook het thuisland van een echte boerenkaste, de “Juloten”. Deze boerenhandelaren bouwden hun fortuin op met deze handel in linnen stoffen en met het fokken van het Bretonse paard.

Door de sluiting van de Engelse markt door Colbert in 1687 nam de linnenproductie met driekwart af, wat leidde tot de definitieve teloorgang van deze linnenindustrie en -handel in Léon. Wat bleef zijn de prachtige enclos pariossiaux, waarvan Saint-Thégonnec vandaag de dag nog steeds de meest complete is in Léon.

De heilige Thégonnec

Het beeld van Sint Thegonnec in een triptiek of drieluik in de kerk Notre-Dame de Saint-Thégonnec. Links bovenaan het hert voor de kar.

Saint Thégonnec (“Togoneg” of “Coneg”), oorspronkelijk afkomstig uit Wales en een leerling van Saint Pol Aurélien, temde rond de 6e eeuw een hert zodat hij het voor zijn kar kon spannen om stenen te vervoeren die hij gebruikte voor de bouw van zijn kerk. Op een dag verslindt echter een wolf het hert. Nadat de wolf door de heilige Thégonnec is berispt, stemt hij ermee in om voortaan de kar van de heilige te trekken. Sint Thégonnec wordt dan ook vaak afgebeeld als een bouwheilige, met een wolf of een hert aan zijn voeten die een kar trekt. De heilige wordt aangeroepen voor het behoud van oogsten en het genezen van koortsen en adderbeten.

Saint Thégonnec - de heilige Thégonnec met linksboven de kar met hert

Porte triomphale
Porte triomphale de enclos paroissial de Saint-Thégonnec

Porte triomphale de enclos paroissial de Saint-Thégonnec door Thesupermat

Je komt de enclos binnen via een poort uit 1587-1589 in de vorm van een triomfboog. Er zijn vier flinke kolommen met drie doorgangen. De kolommen worden bekroond met kubusvormige lantaarns. Alleen de centrale doorgang met een halfronde boog, dient als toegang. Er staat een gebed in het Bretons op de boog dat gericht is aan Onze Lieve Vrouw van de Ware Bijstand (Notre-Dame-de-Vraie-Secours). Er is het nodige beeldhouwwerk te bewonderen, zoals aan weerszijden van de bouwdatum.

Ossuarium

Binnen aan de linkerkant is het ossuarium, een knekelhuis, uit 1676-1677. Het is een van de zuiverste renaissance-bouwwerken van Bretagne. Dit ossuarium werd nooit gebruikt om botten te bewaren. Het diende als rouwkapel en reliekhouder.

De graflegging van Jezus. Beeldengroep in het ossuarium van Saint Thegonnec.


Er bevindt zich onder het altaar een crypte met een beeldengroep rond de graflegging. De levensgrote, zeer sprekende beelden uit 1699-1702 zijn van de hand van Jacques Lespagnol.
Meer over de graflegging op de speciale pagina hierover.

Saint Thégonnec - Graflegging in het Ossuarium

Buiten zien we o.a. op een driehoekig fronton een standbeeld van Sint Paulus Aurelianus, die de draak aan een lijn vasthoudt die hij naar verluidt op het eiland Batz heeft gevangen.

Calvaire ​​(1610)

Saint Thégonnec - Calvaire detail - Pilatus en Lijkwade

Detail van de calvaire van Saint-Thegonnec.

Tegenover het ossuarium staat de calvaire. Die ​​beeldt het lijden en de opstanding van Christus uit. Alle scènes zijn gesigneerd met Le Maître de Saint-Thégonnec, behalve de Christusvoorstellingen aan de zuidkant. Die zijn gesigneerd met Roland Oré.

Kerk (1599-1610)

Van de kerk is naast Saint-Thegonnec gewijd aan Maria (Notre-Dame-de-Vraie-Secours). Zij is verschillende keren gerestaureerd en veranderd. De klokkentoren uit de renaissance (1599-1610) verdient de meeste aandacht. Deze klokkentoren was oorspronkelijk uitgevoerd in de Beaumanoir-stijl, maar dat vond men te bescheiden. Daarop besloot men in 1599, tijdens de wederopbouwwerkzaamheden, een nieuwe toren te bouwen die kon wedijveren met die van de kerk van Pleyben.  Het oudste onderdeel van de kerk is het kleine klokkentorentje, links van de klokkentoren, dat dateert uit 1563. Het traptorentje is ingebed in de verhoging van de kerk uit de 17e eeuw.

Portiek
In het portiek begeleiden de vier apostelen Jakobus, Thomas, Petrus en Johannes je naar de ingang van de kerk.

Ossuarium Saint Thégonnec – St Pol tussen twee hermen door Thesupermat.

Boven de deur staat een Maria met kind geflankeerd door twee opmerkelijke hermen[1]. Links een borstbeeld van een vrouw met ontblote borsten en rechts een van een man met baard en gekruiste armen. Van beide is alleen hoofd en borst uitgebeeld. Volgens Jean-Yves Cordier twee heidense Romeinse beelden, maar het zouden natuurlijk net zo goed Adam en Eva kunnen zijn.
Vergelijkbare hermen zien we boven de deur van ossuarium met tussen hen in Saint-Pol.

Ossuarium Saint Thégonnec - St Pol tussen twee hermen

Preekstoel met vier hoofddeugden
Binnen in de kerk bevinden zich uitstekende houtsnijwerken. Tot de meesterwerken van de Bretonse houtsnijkunst behoort de kansel. Deze is volledig versierd met ornamenten en taferelen. Vrouwelijke figuren stellen de vier hoofddeugden voor: voorzichtigheid (slang), matigheid (ketting en beker), rechtvaardigheid (gebroken attribuut) en kracht (zuil).

Sablières
De sablières zijn over het geheel vrij simpel uitgevoerd. Mogelijk is een deel verloren gegaan door de grote brand in 1998. Maar er zijn nog wel de engelen met de passiewerktuigen te bewonderen. We zien in ieder geval achtereenvolgens engelen met de ladder, het kruis, de haan op een kolom, de stok met spons, de nijptang, de speer, de doornenkroon, de hamer met spijkers en de titulus crucis (INRI).

Foto’s met dank aan Thesupermat

Brand

De kerk van Saint-Thégonnec werd op 8 juni 1998 getroffen door een verschrikkelijke brand, die 3 uur duurde. Veel kon gered worden, maar niet alles. De Poutre de Gloire, de gloriebalk, maar vooral het altaarstuk van de Notre-Dame du Vrai-Secours (Maria van de Ware Bijstand), het oudste voorwerp in de kerk gingen nagenoeg helemaal verloren. Sindsdien is er ruim 7 jaar gewerkt aan de minutieuze restauratie, waarna de kerk herrezen is uit haar as.

De kerk is dagelijks open van 8:00 – 20:00u, behalve op zondag.


[1] Een ‘herme’ is volgens de bouwencyclopedie: een naar onderen toe smaller wordende vierkante of rechthoekige pijler bekroond met een buste of hoofd, historisch gebruikt als grenspaal of decoratief element. Hermen zijn een soort kariatiden of atlanten. In het Frans is het een ‘terme‘.